De kunstmatige zoetstof aspartaam is regelmatig onderwerp van gesprek op internet. Vaak worden er diverse gezondheidsproblemen aan verbonden. Zo ook in een artikel van orthomoleculair therapeut Yassir van Unen op de website van zijn praktijk ‘PraktijkvanUnen‘ [1]. Volgens het artikel is het wetenschappelijk bewezen dat aspartaam het risico op kanker verhoogt. Is dat werkelijk Zo? En welke wetenschappelijke bewijzen worden er in het artikel aangedragen?

aspartame-pop

Wat is aspartaam?

Aspartaam is een kunstmatige zoetstof die is opgebouwd uit de twee aminozuren fenylalanine en asparaginezuur en methanol. Deze stoffen komen van nature ook in andere voedingsmiddelen voor. De zoetkracht is ongeveer 180 keer sterker dan die van suiker. In 1981 heeft De USFDA toestemming gegeven om aspartaam als zoetstof te gebruiken in ‘droge’ voedingsmiddelen. Twee jaar later werd de goedkeuring gegeven voor gebruik in frisdranken. In 1996 werd aspartaam goedgekeurd als algemene zoetstof, waardoor het in alle voedingsmiddelen verwerkt mag worden. De inname van aspartaam wordt echter voortdurend gemonitord, en er worden eisen gesteld aan de maximale hoeveelheid aspartaam in een voedingsmiddel. In frisdrank is dat maximaal 600 mg/liter. De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) is 40 mg/kg lichaamsgewicht/dag. Een hoeveelheid die ook door ‘grootverbruikers’ niet wordt overschreden.

Microsoft Word - 3496_New_formula.doc

MPL = Maximum Permitted Levels.
High level = 95th percentile consumers only.

Zijn de bewijzen op de website overtuigend?

Om de relatie tussen aspartaam en kanker kracht bij te zetten wordt er in het artikel verwezen naar wetenschappelijk onderzoek. Die verwijzingen bestaan uit links naar drie studies bij ratten [2-4] en één langdurige studie bij mensen [5]. Ratten zijn geen mensen en de resultaten kunnen niet zomaar vertaald worden naar mensen. De voorspellende waarde van dierproeven voor mensen is om verschillende redenen teleurstellend [6, 7]. Daarnaast zijn resultaten van dierproeven nauwelijks systematische samengevat in overzichtsartikelen, waardoor het lastig is om een duidelijk overzicht te krijgen. Ongewenste uitkomsten kunnen zo namelijk eenvoudig worden genegeerd. De langdurige studie bij mensen lijkt te worden gezien als hèt overtuigende bewijs. De studie duurde maar liefst 22 jaar en er deden veel mensen aan mee. Laten we deze vier studies in chronologische volgorde van publicatie bespreken.

Na jarenlang speculeren  is het schadelijke effect ervan nu eindelijk bewezen.

PraktijkvanUnen_aspartaam_artikel

Printscreen: Gedeelte van het artikel. Het volledige artikel is te lezen op de website van PraktijkvanUnen [1].

Deze studie uit 2006 is gedaan bij ratten en is uitgevoerd door de Italiaanse groep van Morando Soffritti, et al [2]. Soffritti is wetenschappelijk directeur van het ‘European Ramazzini Foundation (ERF)’ dat het onderzoek heeft uitgevoerd en gefinancierd. Vanaf acht weken tot natuurlijk overlijden kregen 1.500 ratten verschillende hoeveelheden aspartaam in hun voer (4, 20, 100, 500, 2.500 en 5.000 mg/kg lichaamsgewicht/dag). Daarnaast liep een controlegroep van 300 ratten die geen aspartaam in hun voer kreeg. Aan het einde van de studie zijn de ratten onderzocht op de aanwezigheid van tumoren en met elkaar vergeleken. De resultaten zouden laten zien dat aspartaam vanaf een dagelijkse dosis van 20 mg/kg lichaamsgewicht al kanker kan veroorzaken. De resultaten hebben veel ophef veroorzaakt waardoor de Europese Commissie opdracht heeft gegeven aan de European Food and Safety Authority (EFSA) om de studie kritisch te beoordelen. De conclusie van het EFSA-rapport luidt [8]:

“In summary, the Panel concludes, on the basis of all the evidence currently available from the ERF study, other recent studies and previous evaluations that there is no reason to revise the previously established ADI for aspartame of 40 mg/kg bw.”

Opmerkingen bij studie 1

  • De studie duurde langer dan 104 weken (biopsie werd in week 151 genomen) waardoor het optreden van aan ouderdom gerelateerde ziekten (waaronder het ontstaan van tumoren) toeneemt. Dit kan de resultaten hebben verstoord. Deze lange duur is ook niet conform de OECD testrichtlijn 451 (Organisation for Economic Co-operation and Development).
  • Zowel de ratten die aspartaam kregen als de ratten die geen aspartaam kregen hadden last van chronische ontstekingen van de luchtwegen. Het is bekend dat deze ontstekingen tot tumoren (lymfomen en leukemie) kunnen leiden en de overlevingsduur kunnen verkorten. De meest plausibele verklaring lijkt te zijn dat de populatie ratten last had van chronische longziekten. Daardoor is het onduidelijk welke rol aspartaam heeft gespeeld.
  • De incidentie van lymfomen (lymfklierkanker) en leukemie bij de ratten die aspartaam kregen was binnen de range van hun eigen historische controlegroep. Bovendien was de incidentie erg laag bij de vrouwelijke ratten in de controlegroep. Dit heeft invloed op de gevonden relatieve risico’s, maar de vraag wat dit zegt over het absolute risico.
  • Een duidelijke dosis-respons relatie ontbreekt. Dat is opmerkelijk gezien de brede range aan dosissen die is gebruikt (20 tot 5.000 mg/kg lichaamsgewicht/dag).
  • De studie is gefinancierd door de ‘European Ramazzini Foundation of Oncology and Environmental Sciences’. Morando Soffritti is daar sinds 2001 wetenschappelijk directeur van.

Onder wetenschappers is het na de publicatie van deze studie ook niet stil gebleven. Verschillende collega’s hebben erop gereageerd en de studie bekritiseerd [9-11].

Deze tweede studie is ook gedaan bij ratten en weer door de Italiaanse onderzoeksgroep van Morando Soffritti, et al [3]. Deze keer werden 140 ratten al voor de geboorte (prenataal) aan aspartaam blootgesteld (20 of 100 mg/kg lichaamsgewicht/dag). Dit begon bij de foetusleeftijd van 12 dagen en werd voortgezet tot de leeftijd van 147 weken. Naast de groep ratten die aspartaam kreeg liep een controlegroep van 95 ratten die geen aspartaam in het voer kreeg. Uit de resultaten zou blijken dat dagelijks 100 mg aspartaam per kg lichaamsgewicht het risico op bepaalde vormen van kanker verhoogt. Ook deze studie is op verzoek van de Europese Commissie door de EFSA beoordeeld omdat er een aantal opmerkingen bij te plaatsen zijn [12]. De conclusie van het EFSA-rapport luidt:

“Overall, the Panel concluded, on the basis of all the evidence currently available including the last published ERF study that there is no indication of any genotoxic or carcinogenic potential of aspartame and that there is no reason to revise the previously established ADI for aspartame of 40 mg/kg bw/day.”

Opmerkingen bij studie 2

  • De studie duurde langer dan 104 weken (biopsie werd in week 151 genomen) waardoor het optreden van aan ouderdom gerelateerde ziekten (waaronder het ontstaan van tumoren) toeneemt. Dit kan de resultaten hebben verstoord. Deze lange duur is ook niet conform de OECD testrichtlijn 451.
  • Het aantal ratten per groep was hoger dan wordt geadviseerd in OECD testrichtlijn 451.
  • Lymfomen en leukemie traden net als in de vorige studie voornamelijk op bij ratten die last hadden van chronische ontstekingen aan de luchtwegen. Het is bekend dat deze ontstekingen tot tumoren lymfomen en leukemie kunnen leiden en de overlevingsduur kunnen verkorten. De meest plausibele verklaring lijkt te zijn dat de populatie ratten last had van chronische longziekten. Daardoor is het onduidelijk welke rol aspartaam heeft gespeeld.
  • Bij prenatale blootstelling aan aspartaam is het belangrijk om data te hebben over de moeder, de zwangerschap, geboortegewicht, etc. Hierdoor kan de studie beter beoordeeld worden en door anderen onderzoekers worden gereproduceerd. Veel van deze gegevens ontbreken en zijn na een verzoek van de EFSA niet overhandigd.
  • De incidentie van tumoren bij ratten die 100 mg aspartaam per kg lichaamsgewicht kregen, was binnen de range van de historische controlegroep (40,0 versus 39,3%). Dit geldt ook voor de incidentie van borstklierkanker bij de vrouwelijke ratten (16,7 versus 14,2%). Bij de huidige controlegroep was deze incidentie 5,3%, wat opmerkelijk laag is.
  • De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van aspartaam is 40 mg/kg lichaamsgewicht/dag. Dit is de hoeveelheid aspartaam die iemand levenslang mag binnenkrijgen zonder gezondheidsrisico’s te lopen. Het verhoogde risico in deze studie werd gevonden bij een hoeveelheid aspartaam die 2,5 keer hoger ligt dan de ADI.
  • De studie is gefinancierd door de ‘European Ramazzini Foundation of Oncology and Environmental Sciences’. Morando Soffritti is daar sinds 2001 wetenschappelijk directeur van.

Ook hier is na de publicatie een reactie van collega’s opgekomen [13], waar Soffriti weer op heeft gereageerd [14].

Deze studie is niet gedaan bij ratten, maar bij mensen en is observationeel van opzet [4]. De deelnemers (47.810 mannen en 77.218 vrouwen) van twee Amerikaanse onderzoeksgroepen zijn 22 jaar lang gevolgd, waarvan herhaaldelijk de voedingsinname is nagevraagd. Na afloop laat de studie zien dat bij mannen het risico op non-Hodgkin lymfoom (NHL) en multiple myeloom is verhoogt bij een hoge consumptie van light frisdrank. Dit verhoogde risico is overigens niet gevonden bij vrouwen. Deze studie is niet direct waardeloos, maar de resultaten moeten wel worden geïnterpreteerd met de tekortkomingen in het achterhoofd. De auteurs zijn zich daarvan bewust:

“Although our findings preserve the possibility of a detrimental effect of a constituent of diet soda, such as aspartame, on select cancers, the inconsistent sex effects and occurrence of an apparent cancer risk in individuals who consume regular soda do not permit the ruling out of chance as an explanation.

Deze terughoudendheid van de auteurs zelf wordt in het artikel vertaald, of eigenlijk veranderd, in:

“Gelukkig is er nu officieel een antwoord uit een langdurige studie.”

Deze vertaling is niet te verdedigen wanneer je het onderzoek leest. De EFSA heeft dit onderzoek ook kritisch beoordeeld [15]. De conclusie hiervan in het EFSA-rapport luidt:

“Overall, the Panel considered that the results of these epidemiological studies do not suggest an increased risk associated with aspartame consumption for the types of cancer examined.”

Opmerkingen bij studie 3

  • De observationele opzet is al eerder genoemd. Daardoor zijn verstorende factoren niet uit te sluiten. Dat betekent dat er is gekeken naar correlaties en er geen uitspraken gedaan kunnen worden over een eventueel oorzakelijk verband. BMI is bijvoorbeeld gecorreleerd met de consumptie van light frisdrank [16], maar ook met NHL [17]. Ondersteunend bewijs (waaronder het reproduceren van de resultaten) blijft daarom noodzakelijk om de studie aan te kunnen dragen als bewijs dat aspartaam of light frisdrank het risico op bepaalde vormen van kanker verhoogt.
  • Een latere studie met 100.442 oudere volwassenen liet niet zien dat de consumptie van light frisdrank is geassocieerd met een verhoogd risico op NHL [18].
  • De voedingsinname is gebaseerd om zelfrapportage. Deze methode is niet heel betrouwbaar.
  • Het aantal deelnemers dat gedurende de studie een multiple myeloom ontwikkelde is relatief klein (n=285). Het is daardoor niet uit te sluiten dat het gevonden verhoogde risico op toeval berust.
  • Er is geen informatie weergegeven van alle deelnemers samen (mannen + vrouwen).
  • Een duidelijke dosis-respons relatie ontbreekt, wat een indicatie had kunnen geven van een oorzakelijk verband.
  • Harvard Hospital heeft later kenbaar gemaakt dat de studie te zwak was om een verband tussen aspartaam en kanker aan te tonen [19-22]. Een lange studieduur en een groot aantal deelnemers is dan ook geen garantie voor betrouwbare resultaten.

Onder wetenschappers is het ook hierover niet stil gebleven. Verschillende collega’s hebben een reactie’s op de studie en conclusie gegeven waarin tekortkomingen worden aangegeven [23-25].

In de laatste studie die wordt aangehaald is er gekeken naar aspartaam en het effect ervan op het antioxidant-syteem en weefselschade bij mannelijke ratten [4]. Deze ratten werden 180 dagen lang geforceerd gevoed met grote hoeveelheden aspartaam (500 of 1.000 mg/kg lichaamsgewicht/dag). Het aspartaam werd daarvoor opgelost in water en iedere morgen met een slangetje in de maag gebracht. De controlegroep kreeg dezelfde hoeveelheid water ingebracht, alleen dan zonder aspartaam. Vervolgens is er gekeken naar de waarde van bepaalde enzymen, de lichaamseigen antioxidanten (glutathione) en of er weefselschade was ontstaan in de hersenen. Uit de resultaten blijkt dat de antioxidant-status in de hersenen ongunstig wordt beïnvloed door aspartaam. Tevens namen de hoeveelheid leverenzymen toe, wat zou kunnen wijzen op leverschade. Deze ongunstige effecten traden voornamelijk op bij de ratten die 1.000 mg aspartaam/kg lichaamsgewicht/dag kregen. De EFSA heeft dit onderzoek ook kritisch beoordeeld [15]. De conclusie hiervan in het EFSA-rapport luidt:

“The Panel considered that the histopathological and biochemical findings presented in the reports did not convincingly support the conclusion of the authors.”

Je verkleint je kans op kanker enorm en het is ook nog eens gezonder voor je hersenen.

Opmerkingen bij studie 4

  • Volgens de onderzoekers was het een langetermijn-studie, maar een duur van zes maanden valt daar niet onder.
  • De hoeveelheid aspartaam die de ratten kregen was 12 tot 25 keer hoger dan de opgestelde ADI van aspartaam in Nederland.
  • Veel markers van de antioxidant-status bleven onveranderd.
  • De frequentie van ontstekingen in de lever varieert sterk bij knaagdieren. Ontstekingen worden ook regelmatig aangetroffen in de levers van controlegroepen. Door deze gevoeligheid en grote variatie is het onduidelijk welke rol aspartaam heeft gespeeld.
  • De ratten kregen iedere morgen de aspartaam geforceerd ingebracht met een slangetje. Zowel de manier van inname als de grote hoeveelheid aspartaam die in één keer wordt ingebracht zijn niet te vergelijken met hoe mensen aspartaam binnenkrijgen. Iemand van 70 kg zou dagelijks ruim 190 blikjes (330 ml) cola light moeten drinken [26].

Microsoft Word - 3496_New_formula.doc

Grondig overzicht van de de veiligheid van aspartaam

Het artikel op ‘PraktijkvanUnen‘ heeft vier studies aangehaald zonder de beperkingen ervan te bespreken. De literatuur naar de veiligheid van aspartaam is echter vele malen omvangrijker. De meeste studies die gedaan zijn laten geen verhoogd risico op kanker zien [15, 27-29]. Het selectief aanhalen van vier studies geeft dan ook geen juist beeld. Dat kan beter en dat is ook beter gedaan.

De EFSA heeft in 2013 de meest uitgebreide literatuurstudie tot nu toe gedaan naar de veiligheid van aspartaam, de bouwstoffen ervan (methanol, asparaginezuur en fenylalanine) en enkele metabolieten (diketopiperazine) [15]. Er is gekeken naar het metabolisme van aspartaam en uiteenlopende uitkomstmaten (neurotoxiciteit, voortplanting, ontwikkeling, kanker, etc). Alle vier de studies die in het artikel worden aangehaald, worden ook in het EFSA-rapport besproken en beoordeeld. Na grondig onderzoek en openbare commentaarrondes bleef de conclusie onveranderd:

The Panel concluded that aspartame was not of safety concern at the current aspartame exposure estimates or at the ADI of 40 mg/kg bw/day.

Samengevat

Met het artikel hoopt Van Unen mensen ervan te overtuigen dat aspartaam schadelijk is voor de gezondheid. Er lijkt volgens de praktijk geen twijfel te bestaan dat aspartaam het risico op kanker verhoogt. Over hoeveelheden wordt niets geschreven. De manier van overtuigen is gebaseerd op het selectief aanhalen van studies, het niet benoemen van de tekortkomingen en deze niet mee te laten wegen bij de conclusie. Oudere studies zouden te kort of niet accuraat genoeg zijn en worden met alleen deze zin van tafel geveegd.
De gehele literatuur dient te worden meegenomen en meegewogen, maar ook juist te worden geïnterpreteerd. Wanneer studies een andere uitkomst laten zien is het wenselijk om dat duidelijk te weerleggen of daar een verklaring voor te geven. Wanneer dit niet wordt gedaan kan onjuiste informatie verspreid worden zoals met dit artikel gebeurt. De lezer is daar niet bij gebaat. Hoewel het artikel van Praktijk van Unen anders suggereert, laat de wetenschappelijke literatuur herhaaldelijk niet zien dat aspartaam het risico op kanker verhoogt wanneer de ADI niet wordt overschreden.

Tot slot

De EFSA is een agentschap van de Europese Unie dat onafhankelijke wetenschappelijke adviezen geeft aan de Europese Commissie over voedselveiligheid. De Europese regelgeving is gebaseerd op hun bevindingen. Inmiddels hebben ze verschillende rapporten gepubliceerd over de veiligheid van aspartaam. Deze zijn kosteloos te raadplegen. In 2013 hebben ze de meest uitgebreide veiligheidsbeoordeling van aspartaam gepubliceerd [15]. Om die reden is ervoor gekozen om in dit artikel de conclusies van de EFSA te citeren. Deze conclusies worden overigens wereldwijd gedeeld door een groot aantal andere organisaties, waaronder:

Referenties

  1. http://www.praktijkvanunen.nl/blog/officieel-aspartaam-kanker-e951. Bezocht 26-05-2015.
  2. Soffritti M, Belpoggi F, Degli Esposti D, Lambertini L, Tibaldi E, Rigano A. First experimental demonstration of the multipotential carcinogenic effects of aspartame administered in the feed to Sprague-Dawley rats. Environ Health Perspect. 2006 Mar;114(3):379-85.
  3. Soffritti M, Belpoggi F, Tibaldi E, Esposti DD, Lauriola M. Life-span exposure to low doses of aspartame beginning during prenatal life increases cancer effects in rats. Environ Health Perspect. 2007 Sep;115(9):1293-7.
  4. Abhilash M, Sauganth Paul MV, Varghese MV, Nair RH. Long-term consumption of aspartame and brain antioxidant defense status. Drug Chem Toxicol. 2013 Apr;36(2):135-40.
  5. Schernhammer ES, Bertrand KA, Birmann BM, Sampson L, Willett WC, Feskanich D. Consumption of artificial sweetener- and sugar-containing soda and risk of lymphoma and leukemia in men and women. Soffritti Am J Clin Nutr. 2012 Dec;96(6):1419-28.
  6. Martić-Kehl MI, Schibli R, Schubiger PA. Can animal data predict human outcome? Problems and pitfalls of translational animal research. Eur J Nucl Med Mol Imaging. 2012 Sep;39(9):1492-6.
  7. Perel P, Roberts I, Sena E, Wheble P, Briscoe C, Sandercock P, Macleod M, Mignini LE, Jayaram P, Khan KS.  Comparison of treatment effects between animal experiments and clinical trials: systematic review. BMJ. 2007 Jan 27;334(7586):197.
  8. Opinion of the Scientific Panel on Food Additives, Flavourings, Processing Aids and Materials in contact with Food (AFC) on a request from the Commission related to a new long-term carcinogenicity study on aspartame Question number EFSA-Q-2005-122. The EFSA Journal (2006) 356, 1-44.
  9. La Vecchia C. Re: consumption of artificial sweetener- and sugar-containing soda and the risk of lymphoma and leukemia in men and women. Am J Clin Nutr. 2013 May;97(5):1153.
  10. Abegaz EG. Aspartame not linked to cancer. Environ Health Perspect. 2007 Jan;115(1):A16-7; author reply A17.
  11. Karstadt ML. Testing needed for acesulfame potassium, an artificial sweetener. Environ Health Perspect. 2006 Sep;114(9):A516; author reply A516-7.
  12. Updated Scientific Opinion of the Panel on Food Additives and Nutrient Sources added to Food on a
    request from the European Commission related to the 2nd ERF carcinogenicity study on aspartame taking into
    consideration study data submitted by the Ramazzini Foundation in February 2009. The EFSA Journal (2009) 1015, 1-18.
  13. Magnuson B, Williams GM. Carcinogenicity of aspartame in rats not proven. Environ Health Perspect. 2008 Jun;116(6):A239-40; author reply A240.
  14. Soffritti M. Carcinogenicity of Aspartame: Soffritti Responds. Environ Health Perspect. 2008 Jun; 116(6): A240.
  15. EFSA ANS Panel (EFSA Panel on Food Additives and Nutrient Sources added to Food), 2013. Scientific Opinion on the re-evaluation of aspartame (E 951) as a food additive. EFSA Journal 2013;11(12):3496, 263 pp.
  16. Sigman-Grant MJ, Hsieh G. Reported use of reduced-sugar foods and beverages reflect high-quality diets. J Food Sci 2005;70:S42–6.
  17. Larsson SC, Wolk A. Body mass index and risk of non-Hodgkin’s and Hodgkin’s lymphoma: a meta-analysis of prospective studies. Eur J Cancer 2011;47:2422–30.
  18. McCullough ML, Teras LR, Shah R, Diver WR, Gaudet MM, Gapstur SM. Artificially and sugar-sweetened carbonated beverage consumption is not associated with risk of lymphoid neoplasms in older men and women. J Nutr. 2014 Dec;144(12):2041-9.
  19. http://acsh.org/2012/10/bad-science-from-harvard/. Bezocht 26-05-2015.
  20. http://www.reuters.com/article/2012/10/25/us-usa-harvard-aspartame-idUSBRE89O02220121025. Bezocht 26-05-2015.
  21. http://vitals.nbcnews.com/_news/2012/10/24/14674053-harvard-hospital-admits-it-promoted-weak-science-on-aspartame. Bezocht 26-05-2015.
  22. http://vitals.nbcnews.com/_news/2012/10/24/14674053-harvard-hospital-admits-it-promoted-weak-science-on-aspartame?lite. Bezocht 26-05-2015.
  23. Stevens HC. Conclusions in a study on the role of artificially sweetened soda and risk of lymphoma and leukemia are misleading. Am J Clin Nutr. 2013 May;97(5):1154.
  24. Aune D. Soft drinks, aspartame, and the risk of cancer and cardiovascular disease. Am J Clin Nutr. 2012 Dec;96(6):1249-51.
  25. Mead MN. Sour finding on popular sweetener. Environ Health Perspect. 2006 Mar;114(3):A176.
  26. Lim U, Subar AF, Mouw T, Hartge P, Morton LM, Stolzenberg-Solomon R, Campbell D, Hollenbeck AR, Schatzkin A. Consumption of aspartame-containing beverages and incidence of hematopoietic and brain malignancies. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2006 Sep;15(9):1654-9.
  27. http://www.beverageinstitute.org/article/aspartame-safety-adi-metabolism-estimated-intakes-and-common-concerns/. Bezocht 26-05-2015.
  28. Magnuson BA, Burdock GA, Doull J, Kroes RM, Marsh GM, Pariza MW, Spencer PS, Waddell WJ, Walker R, Williams GM. Aspartame: a safety evaluation based on current use levels, regulations, and toxicological and epidemiological studies. Crit Rev Toxicol. 2007;37(8):629-727.
  29. National Toxicology Program. NTP report on the toxicology studies of aspartame (CAS No. 22839-47-0) in genetically modified (FVB Tg.AC hemizygous) and B6.129-Cdkn2atm1Rdp (N2) deficient mice and carcinogenicity studies of aspartame in genetically modified [B6.129-Trp53tm1Brd (N5) haploinsufficient] mice (feed studies). Natl Toxicol Program Genet Modif Model Rep. 2005 Oct;(1):1-222.
  30. http://www.eatrightpro.org/~/media/eatrightpro%20files/practice/position%20and%20practice%20papers/position%20papers/final_sweetener_position_paper_5-12.ashx. Bezocht 26-05-2015.
  31. Gardner C, Wylie-Rosett J, Gidding SS, Steffen LM, Johnson RK, Reader D, Lichtenstein AH; American Heart Association Nutrition Committee of the Council on Nutrition, Physical Activity and Metabolism, Council on Arteriosclerosis, Thrombosis and Vascular Biology, Council on Cardiovascular Disease in the Young; American Diabetes Association. Nonnutritive sweeteners: current use and health perspectives: a scientific statement from the American Heart Association and the American Diabetes Association. Diabetes Care. 2012 Aug;35(8):1798-808.
  32. http://www.cancer.org/cancer/cancercauses/othercarcinogens/athome/aspartame. Bezocht 26-05-2015.
  33. http://www.cancer.ca/en/prevention-and-screening/be-aware/cancer-myths-and-controversies/food-additives-and-cancer/?region=on. Bezocht 26-05-2015.
  34. https://www.cancerwa.asn.au/resources/2013-02-12-artificial-sweetners-and-cancer-myth-fact-sheet.pdf. Bezocht 26-05-2015.
  35. http://www.hc-sc.gc.ca/fn-an/securit/addit/sweeten-edulcor/aspartame-eng.php. Bezocht 26-05-2015.
  36. http://ec.europa.eu/food/fs/sc/scf/out155_en.pdf. Bezocht 26-05-2015.
[/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]