Onderzoeken laten zien dat het eten en drinken van zuivelproducten in zijn algemeen niet tot een verandering van het lichaamsgewicht en de lichaamssamenstelling leidt
[1, 2]. Veel mensen denken echter dat dit wel voor de volle varianten geldt. Dat is ook niet helemaal onlogisch gezien de extra calorieën in de vorm van vet. Wanneer je maar vaak genoeg meer calorieën binnenkrijgt dan dat je gebruikt (dit noemen we een positieve energiebalans) zal dat onherroepelijk leiden tot gewichtstoename. Wereldwijd is het aantal calorieën dan ook één van de redenen (naast de hoeveelheid verzadigd vet) om te kiezen voor magere zuivelproducten in plaats van voor volle zuivelproducten.

De theorie: volle melk leidt tot gewichtstoename

In theorie is het advies tot op zekere hoogte wel te verklaren. Een glas (200 ml) magere melk levert 70 kcal, terwijl de volle variant goed is voor 125 kcal [3]. Wanneer je dagelijks twee glazen volle melk drinkt in plaats van magere melk zou je na één jaar bijna 4,5 kg zwaarder zijn#. Dat is in theorie, want gewichtstoename is zelfremmend. Het extra lichaamsgewicht verhoogt namelijk de energiebehoefte waardoor een nieuwe energiebalans ontstaat. Effecten van onze voeding laten zich dan ook moeilijk theoretisch voorspellen. Daarom wordt er onderzoek naar gedaan.

De onderzoeken: volle melk leidt niet tot gewichtstoename

Er zijn inmiddels verschillende onderzoeken gedaan naar het effect van zuivel op het lichaamsgewicht waarin gekeken is naar de verschillen tussen magere- en volle zuivelproducten. Redelijk recent zijn er twee overzichtsartikelen verschenen waarin de literatuur over dit onderwerp is samengevat.

Overzichtsartikel 1

In 2013 is er een overzichtsartikel verschenen waarin zestien observationele onderzoeken zijn geanalyseerd [4]. In dit soort onderzoeken wordt naar verbanden gekeken zonder dat tegen de deelnemers is verteld om iets aan hun voeding en leefstijl te veranderen. Er kan bijvoorbeeld gekeken worden of deelnemers die volle melk drinken zwaarder zijn dan deelnemers die magere melk drinken.

In het overzichtsartikel zijn drie manieren gebruikt om de melkvetconsumptie te achterhalen:

  • De consumptie van zuivel is achterhaald met vragenlijsten waarin onderscheid is gemaakt tussen magere- en volle zuivelproducten;
  • De melkvetinname is berekend op basis van de ingevulde voedingsvragenlijsten;
  • De melkvetinname is geschat aan de hand van de aanwezigheid van specifieke vetzuren in bloedserum of vetweefsel.

In tegenstelling tot de huidige adviezen blijkt uit de analyse niet dat volle zuivelproducten tot gewichtstoename leiden. Sterker nog, van de zestien observationele onderzoeken lieten er elf zien dat een hoge consumptie van volle zuivelproducten of melkvet samenhing met een lagere BMI of een kleinere gewichtstoename. Geen enkel onderzoek vond een samenhang met gewichtstoename.
Door de observationele opzet van de onderzoeken zijn er echter altijd storende factoren aanwezig die de resultaten hebben kunnen beïnvloeden.

Overzichtsartikel 2

Een stapje hoger in bewijslast zijn de experimentele onderzoeken. Hierin wordt opzettelijk iets aan de voeding of leefstijl van de deelnemers veranderd om vervolgens te kijken naar het effect ervan op bepaalde uitkomstmaten. Bijvoorbeeld of de deelnemers die meer volle melk zijn gaan drinken zwaarder zijn geworden na X maanden dan de deelnemers die meer magere melk zijn gaan drinken.

In 2013 is er een overzichtsartikel verschenen met alleen maar dit soort onderzoeken bij gezonde deelnemers [5]. De experimentele groep verhoogde de consumptie van volle- of magere zuivelproducten zonder daarnaast bewust minder te eten of meer te bewegen. Dat zou de resultaten namelijk verstoren. Daarnaast liep een controlegroep die niets aan de voeding veranderde.

Na een half jaar bleek dat het meer eten en drinken van zowel volle- als magere zuivelproducten tot een kleine stijging van het lichaamsgewicht leidde met respectievelijk 0,41 en 0,82 kg (zie tabel 1). De gewichtstoename was  groter bij de magere zuivelgroep*.

Bij de volle melk groep was bij 2 van de 10 onderzoeken een significante gewichtstoename gevonden en bij de magere melk groep was dat bij 4 van de 10. Dit alles lijkt erop te wijzen dat volle- en magere zuivelproducten een vergelijkbaar effect hebben op het lichaamsgewicht en dus op de energiebalans, omdat die bepalend is voor veranderingen van het lichaamsgewicht.

De onderzoekers hadden ook de middelomtrek van de deelnemers bijgehouden. De consumptie van zowel volle- als magere zuivelproducten leidde niet tot een significante verandering van de middelomtrek, hoewel deze bij de volle zuivelgroep afnam (-0,6 cm) en bij de magere zuivelgroep toenam (1,2 cm).

grafiekmelk

Tabel 1: Effecten van volle- en magere zuivelproducten op lichaamsgewicht (links) en middelomtrek (rechts) [5].

Conclusie

Voedingsadviezen die zijn gebaseerd op één enkele voedingsstof (of het aantal calorieën) kunnen verschillen met voedingsadviezen die zijn gebaseerd op het voedingsmiddel in zijn geheel. Zo laten onderzoeken niet zien dat het eten en drinken van magere zuivelproducten gunstiger is voor het lichaamsgewicht dan volle zuivelproducten. Hoewel er meerdere verklaringen voor te geven zijn (verzadiging, CLA), is er nog geen één goed onderzocht en bevestigd.

En nu?

Het is onweerlegbaar dat gewichtsverlies ontstaat bij een langdurig negatieve energiebalans. Naast het aantal calorieën van een voedingsmiddel spelen echter meer factoren een rol bij gewichtsregulatie. Individuele voedingsstoffen kunnen bijvoorbeeld effect hebben op het energieverbruik en/of de calorie-inname (verzadiging). Hoewel het nog niet overtuigend is aangetoond, zou dit voor volle melk een verklaring kunnen zijn. In ieder geval luidt de boodschap dat je best mag genieten van een glas volle melk zonder je zorgen te maken om je lichaamsgewicht.


# Verschil tussen één glas magere melk en één glas volle melk is 55 kcal (125 – 70 kcal).
Verschil tussen twee glazen magere melk en twee glazen volle melk is 110 kcal.
Na één jaar zijn dat 110 kcal x 365 dagen = 40.150 kcal.
9 kcal = 1 gram vet, 40.150 kcal = 4.461 gram vet = 4,46 kg.

* Het gewichtsverlies van de deelnemers in de onderzoeken die de industrie had gefinancierd was minder groot dan het gewichtsverlies in de non-industrie gefinancierde onderzoeken.

 Referenties

  1. Abargouei AS, Janghorbani M, Salehi-Marzijarani M, Esmaillzadeh A. Effect of dairy consumption on weight and body composition in adults: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled clinical trials. Int J Obes (Lond). 2012 Dec;36(12):1485-93.
  2. Chen M, Pan A, Malik VS, Hu FB. Effects of dairy intake on body weight and fat: a meta-analysis of randomized controlled trials. Am J Clin Nutr. 2012 Oct;96(4):735-47.
  3. http://nevo-online.rivm.nl/ Geraadpleegd op 06-04-2014.
  4. Kratz M, et al. The relationship between high-fat dairy consumption and obesity, cardiovascular, and metabolic disease. Eur J Nutr. 2013 Feb;52(1):1-24.
  5. Benatar JR, Sidhu K, Stewart RA. Effects of high and low fat dairy food on cardio-metabolic risk factors: a meta-analysis of randomized studies. PLOS ONE 2013; 8(10): e76480.