PMA staat voor ‘Progressive Mental Alignment’. Het is een methode voor coaching, therapie en zelfontwikkeling die gebruikt kan worden bij psychosomatische- gezondheids-, gedrags- en relationele problemen. De oorzaak van deze problemen zou liggen bij verkeerd opgeslagen herinneringen aan traumatische gebeurtenissen in het onbewuste deel van de hersenen. Dit worden bij PMA bad-clusters genoemd. Later kunnen die bad-clusters door neutrale triggers geactiveerd worden waarbij niet de herinnering aan die traumatische gebeurtenis naar boven komt (die is geblokkeerd), maar wel de negatieve gevoelen en fysiologische reacties die op dat moment optraden. Je kunt dus klachten hebben zoals depressie, angsten, besluiteloosheid, gewichtsproblemen, hoofdpijn/migraine, multiple sclerose, ziekte van Crohn, zenuwpijnen, epilepsie, burn-out, PTSS, autisme, astma, eczeem, en fibromyalgie, zonder te weten wat de oorzaak ervan is. Spontaan zullen die bad-clusters nooit verdwijnen en ook geen enkele therapeutische methode is daartoe in staat, behalve PMA. PMA heeft een vraagmethodiek waarin bad-clusters opgespoord en blijvend geneutraliseerd zouden kunnen worden. Daarmee zou PMA de enige methode zijn die daadwerkelijk de oorzaak aanpakt. Bewijs dat PMA werkt zoals beweerd wordt ontbreekt echter.

 

1. Wat is PMA?

PMA staat voor ‘Progressive Mental Alignment’, oftewel ‘Vooruitstrevende Mentale Afstemming’. Het is rond 1995 ontwikkeld door de Nederlandse holistisch natuurgeneeskundige en ‘wetenschapper‘ Joop Korthuis (1950). Het is een methode voor coaching, therapie en zelfontwikkeling die gebruikt kan worden bij psychosomatische gezondheids-, gedrags- en relationele problemen [1]. Waar in dit artikel gesproken wordt over gezondheidsproblemen kunnen meestal ook gedragsproblemen en relationele problemen worden gelezen.

 

PMA is gebaseerd op het eveneens door Korthuis ontdekte ‘Unified Brain Model’ (UBM). Dat is een model dat inzicht geeft in de manier waarop gedachten gevormd worden, waar emoties vandaan komen en hoe overtuigingen zich ontwikkelen en vast kunnen zetten [2]:

“The Unified Brain Model verenigt bekende en erkende neurowetenschappelijke feiten en ontdekkingen en smeedt gefragmenteerde wijsheid samen tot één allesomvattend kennissysteem.”

Het worden de taalregels van het onbewuste del van de hersenen genoemd. PMA borduurt daarop voort door de oorzaak van psychosomatische gezondheidsproblemen bij verkeerd opgeslagen herinneringen aan traumatische gebeurtenissen te leggen. Deze verkeerd opgeslagen herinneringen staan centraal bij PMA en worden daar bad-clusters genoemd. Door de verkeerde opslag kunnen die gebeurtenissen normaal gesproken herinnerd worden [6]. Wel kunnen de gevoelens van die traumatische gebeurtenis tot het bewustzijn doordringen en de fysiologie in het lichaam beïnvloeden (saboteren). Wat PMA uniek maakt is de PMA-vraagmethodiek waarmee bad-clusters wel opgespoord, herinnerd en geneutraliseerd zouden kunnen worden, iets waar geen enkele andere methode toe in staat zou zijn [3].

Progressive Mental Alignment doet wat het belooft. De techniek is makkelijk toepasbaar, heeft direct effect en garandeert een blijvend resultaat. Iedereen kan het en iedereen heeft er wat aan [2].

Een PMA-sessie duurt ongeveer 1,5-2 uur en gemiddeld worden er 5 sessies doorlopen. Bij dat aantal sessies worden de beste resultaten geboekt. De gemiddelde prijs die een coach voor een sessie vraagt ligt tussen de €150 en €200. In Nederland (en Amerika) kent de PMA-organisatie de volgende dochterondernemingen:

  • PMA Nederland: De verkooporganisatie van PMA in Nederland.
  • PMA Instituut: = PMA Institute, het PMA opleidings- en onderzoek instituut.
  • EduMind: Opgeheven sinds januari 2022
  • BCE Institute : Oude naam van PMA Institute
  • PMA4EDU: Dochter van PMA Nederland en CRKBO gecertificeerd om opleidingen en trainingen BTW vrij te factureren
  • PMA Minded: Platform voor cliënten en PMA coaches

1.1 De opslag van herinneringen volgens PMA

Volgens PMA worden (bewuste) sensorische herinneringen gefragmenteerd opgeslagen in neuronen (zenuwcellen). Ieder zintuig heeft zijn eigen opslagplaats van herinneringen die verspreid in de hersenen liggen. De sensorische informatie wordt in de hersenen op verschillende niveaus verwerkt [4]:

  • Data: enkelvoudige informatie zoals een stip, een horizontale lijn, verticale lijn, etc.
  • Detail: cirkel, driehoek, woord, onderdeel van een object, specifieke beweging, etc.
  • Fragment: gezicht, object, dier, machine, etc.
  • Sub-cluster: gecombineerde fragmenten en details die samen een deel van een ervaring of observatie vormen, binnen een sensorisch gebied van het brein. Een sub-cluster van een bepaalde herinnering is dan bijvoorbeeld alles wat we in die ervaring zagen, terwijl een ander sub-cluster alle gegevens bevat die door het gehoor zijn waargenomen.
  • Cluster: Alle data, details, fragmenten en sub-clusters samengevoegd, die samen een gebeurtenis vormen.”

Ieder stukje sensorische informatie op detail- en fragment-niveau wordt voorzien van drie verschillende codes. Die codes dienen ervoor om aan te geven welke informatie bij elkaar hoort, wat die informatie is en wat de emotionele waarde ervan is [4]:

  • De cohesie-code
    Deze code bepaalt welke fysiologische activiteit in de neuronen samen één gebeurtenis vormt.
  • De absolute waarde code
    Deze code bepaalt de identiteit van de binnenkomende informatie, en wordt toegekend aan de hand van eerder opgeslagen codes.
  • De relatieve waarde code (gevoelscode)
    Deze code wordt toegekend aan de geselecteerde cohesie codes en bepaalt de persoonlijke waarde. Een voldoende activatie van deze code zorgt voor een fysiologische reactie in het lichaam. De meest krachtige relatieve waarde code heet ‘code red’, die gegeven wordt aan een bad-cluster.

Voor een snelle en efficiënte verwerking van de sensorische informatie en voor het toewijzen van de codes maken de hersenen gebruik van vergelijkingsmateriaal uit het onbewuste deel dat bestaat uit ervaringen uit het verleden. Zonder het vergelijkingsmateriaal is het voor de hersenen moeilijk om nieuwe informatie te verwerken, op te slaan en op te halen. Het vergelijkingsmateriaal dat na verloop ontstaan is, is volgens PMA de belangrijkste factor in de manier van denken, beslissen en dus hoe we ons gedragen. Iedereen zal een gebeurtenis daarom anders interpreteren, afhankelijk van het vergelijkingsmateriaal. Hier zit het probleem niet.

1.2 Bad-clusters

De mens is genetisch uitgerust met mechanismen om zich te beschermen tegen pijn en uitsterven. Volgens PMA is dat niet het ‘overlevingsmechanisme’, maar het ‘weg-van-de-pijn-mechanisme of in PMA begrippen, het ‘vriend-mechanisme’. [4]. Er zouden immers niet voor niets mensen zijn die zelfmoord plegen om weg van de pijn te zijn. Tijdens vervelende en traumatische gebeurtenissen wordt dit mechanisme geactiveerd waarbij geprobeerd wordt om vergelijkingsmateriaal te selecteren met minder negatieve gevoelscodes. Wanneer dat niet mogelijk omdat de traumatische gebeurtenis te heftig is wordt het ‘genetische overlevingsprogramma’ (code red) actief [4]:

“‘Code-red’ is de meest heftige relatieve waarde code die mogelijk is, omdat op dit moment onze overleving in gevaar is, en we daarbij ‘fight-or-flight’ fysiologie ervaren. De binnenkomende informatie wordt tijdens zo’n ‘code-red’ situatie in dezelfde neuronen opgeslagen als informatie uit normale cluster situaties. Dit heeft als gevolg dat bij toekomstige sensorische verwerking van zeer vergelijkbare stimuli, de bad-cluster informatie ook wordt geactiveerd.”

Alle sensorische herinneringen die emotioneel beheersbaar zijn worden opgeslagen in zogenaamde clusters [5]. Die herinneringen kunnen positief, negatief of neutraal zijn. Voor herinneringen die emotioneel niet beheersbaar zijn gaat dat anders. Op dat moment is er een gevoel van controleverlies en zou er een soort van ‘neurofysiologische kortsluiting’ ontstaan. De binnenkomende informatie kan het bewuste deel van de hersenen niet bereiken en wordt verkeerd opgeslagen omdat er niet de juiste codes (cohesie-, absolute waarde- en relatieve waardecode) aan gegeven kunnen worden.

Tijdens emotioneel beheersbare gebeurtenissen zouden de gevoelscodes ongeveer 40 keer per seconde fluctueren [4]. Daardoor kan aan elk afzonderlijk deeltje dat door de zintuigen waargenomen wordt een eigen gevoelscode gehecht worden Tijdens gebeurtenissen die emotioneel niet beheersbaar zijn (er is controleverlies) worden deze fluctuaties door het actief zijn van ‘code red’ niet goed geregistreerd waardoor alle data, details, fragmenten en sub-cluster dezelfde negatieve gevoelscode krijgen, die van ‘ik ben in levensgevaar’ en er een bad-cluster ontstaat.

“Een Bad Cluster is het onvermijdelijke resultaat van een moment waarin we het gevoel hebben de controle te verliezen.”

Wanneer later fragmenten van zo’n bad-cluster (kleur, geur, vorm, geluid, beweging, woord, voorwerp, etc) met één of meerdere van de zintuigen worden waargenomen, wordt de negatieve gevoelscode actief. Dat leidt tot vergelijkbare negatieve gevoelens en fysiologische reacties als tijdens de traumatische gebeurtenis, terwijl er geen herinneringen zijn aan wat die gevoelens en reacties veroorzaakt. Er wordt wel naar een reden gezocht, maar dat leidt tot het leggen van verkeerde associaties.

Normaal gesproken is het onmogelijk om je spontaan die inhoud van een bad-cluster te herinneren [6]. De hersenen hebben dat weggestopt omdat het een te pijnlijke gebeurtenis daarvoor is. Een bad-cluster zou worden opgeslagen in neuronen in de cortex. Bovendien is die herinnering verkeerd opgeslagen en daardoor onleesbaar, behalve de gevoelscode die eraan gekoppeld is. De enige manier waarop een bad-cluster opgespoord, herinnerd en geneutraliseerd zou kunnen worden is met de PMA-vraagmethodiek. Het kan zijn dat een gezondheidsprobleem door één bad-cluster veroorzaakt wordt, maar meestal zijn het er meerdere.

1.2.1 Waaraan kun je merken dat je een bad-cluster hebt?
Volgens Korthuis heeft iedereen een bad-cluster. Je zou dat kunnen merken aan onder andere [3, 6]:

  • Elke emotie die buiten promoties is
  • Onredelijk en disfunctioneel gedrag
  • Gebrek aan emotie
  • Onverklaarbare klachten die onverwacht verschijnen
  • Onverklaarbare lichamelijke klachten
  • Willen veranderen, maar zonder succes
  • Slapeloosheid

  • Moeheid zonder duidelijke reden
  • Depressie
  • Angsten
  • Agressie
  • Eetstoornissen
  • Een verslaving
  • Faalangst

1.3 De PMA-vraagmethodiek

De bad-clusters vormen het aangrijpingspunt van PMA. Normaal gesproken kun je je een bad-cluster niet herinneren omdat die onleesbaar is. Via de speciale PMA-vraagmethodiek is dat wel mogelijk. Daarmee kun je de bad-clusters in een vijftal stappen opsporen en neutraliseren (zie figuur):

Stap 1: Gebeurtenis
Er wordt begonnen met het vragen naar een recente vervelende gebeurtenis die een buitenproportionele emotionele of fysiologische reactie bij je heeft opgeroepen. Het is niet de bedoeling om daar over na te denken, de eerste gebeurtenis die bij je opkomt is goed.

Stap 2: Moment
Vanuit die vervelende gebeurtenis wordt doorgevraagd naar het meest vervelende moment in die gebeurtenis. Het lichaam (niet verstand) vertelt je door de opkomende gevoelens welk moment in de gebeurtenis je moet hebben. Blijf dit zo vaak herhalen totdat je dat moment kunt isoleren.

Stap 3: Detail
Vervolgens wordt er gevraagd naar het meest vervelende detail in dat moment. Beleef dat moment steeds opnieuw totdat je een detail hebt gevonden waar het negatieve gevoel intenser van wordt. Dat detail kan letterlijk alles zijn zoals een kleur, geur, vorm, geluid, beweging, woord, voorwerp, etc.
Stap 4: Gevoel
Wanneer je het meest vervelende detail en gevoel hebt geïsoleerd wordt er gevraagd naar de (hevige) fysiologische reactie die dat bij je oproept. Het is de bedoeling dat je die negatieve gevoelens opnieuw bewust beleeft en niet alleen als een herinnering. Wat voel je en waar?

Stap 5: Volgend plaatje
Vervolgens is het de bedoeling om alle gedachten los te laten en nergens meer aan te denken tot er een nieuwe gebeurtenis uit het onbewuste bij je opkomt (nieuw plaatje). Ieder plaatje wat dan spontaan naar boven kom is goed. Dat is de nieuwe gebeurtenis waarvandaan je verder gaat. Denk niet dat het er niets mee te maken heeft. Het onbewuste maakt geen fouten. Het is hierbij ook niet belangrijk of wat er naar boven komt waar is. Met die nieuwe gebeurtenis doorloop je weer stapsgewijs de vragen. Dat proces blijf je net zo lang doorlopen totdat er met flitsen een plaatje bovenkomt dat je je niet kunt herinneren. Dat plaatje is een bad-cluster. Vlak daarvoor zal het negatieve gevoel sterker worden in het lichaam, waarna het in een fractie van een seconde zal verdwijnen. De bad-cluster is dan blijvend geneutraliseerd en kan onmogelijk terugkeren.

1.4 PMA-opleidingen

Het PMA-Institute is de enige aanbieder van PMA-opleidingen. Een PMA-opleiding is geschikt voor iedere professional (binnen elke branche) die cliënten, klanten of collega’s wil helpen, maar ook voor mensen die op zoek zijn naar persoonlijke ontwikkeling en die van klachten af willen komen. De officiële PMA beroepsopleiding voor professionals is de PMA-Practitioner opleiding. Daarna is het nog mogelijk om door te groeien tot PMA Coach en vervolgens PMA Senior Coach. In Nederland zijn Inge Hummel, Geke Hamming en Resi Beelen PMA Senior Coach.

  • Online basistraining
    “In dit gratis webinar laten we je o.a. zien waarom het voor jou zo belangrijk is om te begrijpen hoe het brein werkt en hoe je bij de oorzaak komt van problemen en klachten zodat je geen symptomen bestrijdt, maar resultaat behaalt. Dus al je wilt weten hoe dit en andere belangrijke informatie in elkaar steekt, dan is dit baanbrekende webinar voor jou! Je kunt de PMA-Methode snel eigen maken om jezelf en/of jouw cliënten succesvol verder te helpen, zonder terugval. Dit zijn slechts enkele van de punten die we delen tijdens dit waardevolle webinar.” [7]
  • PMA starterspakket €47, inclusief btw
    Deze cursus gaat je leren wat de grote impact is van alledaagse zintuiglijke waarnemingen op jouw gevoelens, gedachten, gezondheid en gedrag.” [8]
  • De PMA Impact training €397,- inclusief btw (in de gratis webinars is de actieprijs €297,-)
    “Deze PMA-training is bedoeld voor iedereen die zich bewust wil worden over het potentieel van het brein en hoe je dat potentieel bij jezelf en anderen kan gaan gebruiken. De training is erop gericht om jou kennis te laten maken met de PMA-methode zodat je dit in gesprekken toe kunt passen en zo jezelf en anderen beter leert begrijpen.” [9]
  • De PMA gesprekken training Professional €1.776,- (btw-vrij)
    Deze PMA-training is bedoeld voor iedereen die als professional dagelijks gesprekken voert met cliënten, klanten en collega’s. De training is erop gericht om professionals uitgebreid kennis te laten maken met de PMA-vraagtechniek zodat zij dit in gesprekken toe kunnen passen en zo zichzelf en anderen beter leren begrijpen. Het betreft een praktische verdieping op de PMA Impact training met veel praktijk gerelateerde oefeningen, onder begeleiding van een ervaren PMA-coach.” [10]
  • De PMA gesprekken training Persoonlijk €2.150,-, inclusief btw
    “Deze training betreft een praktische verdieping op de PMA Impact training. Deze verdieping bestaat uit zowel Zoom bijeenkomsten met ervaren PMA-coaches, waarbij je intensief gaat oefenen, als uit individuele coach sessies.“ [11]
  • PMA-Practitioner opleiding €5.200,-
    “De PMA-Practitioner opleiding is voor professionals die één op één werken met cliënten en tot de kern willen komen, de oorzaak, van gedrag en geestelijke en lichamelijke klachten. Neurologen, huisartsen, bedrijfsartsen, psychologen, coaches, trainers, (fysio)therapeuten, leerkrachten en andere professionals die het verschil willen maken in het leven van hun cliënten.” [12]

Inmiddels zijn er bijna 100 coaches met een actieve PMA-licentie (PMA-Coach of PMA-Practitioner) die zelfstandig en onafhankelijk van de PMA organisaties werken.

2. Joop Korthuis en het ontstaan van PMA

De grondlegger van het ‘Unified Brain Model’ en PMA is de Nederlandse (maar sinds 2002 in Florida wonende) holistisch natuurgeneeskundige en wetenschapper Joop Korthuis (1950). Hij studeerde en doceerde chiropractie, homeopathie, iridologie, electro-acupunctuur, segmentelektrografie en fytotherapie en is medeoprichter van de Vereniging ter Bevordering van Alternatieve Geneeswijze (VBAG). In 1986 ontwikkelde hij het computersysteem KORES voor het categoriseren van aandoeningen en symptomen betreffende homeopathische medicijnen en behandeltechnieken. In 1995 richtte hij in Nederland het ‘Bad Cluster Elimination’ (BCE)-Instituut op, waarvan de naam in 2005 veranderde naar PMA-Instituut. In 2007 richtte hij de relatiewebsite Mydatemylife.nl op waar hij PMA gebruikte voor een betere communicatie binnen een relatie. In 2010 heeft hij samen met Inge Hummel (orthopedagoog) EduMind opgericht. De doelgroep van Edumind is het onderwijs. Edumind geeft training en coaching aan docenten met betrekking het toepassen van de PMA methodiek. Daarnaast heeft Edumind in opdracht van scholen, besturen en samenwerkingsverbanden veel leerlingcoaching uitgevoerd. Edumind is per 1 januari 2022 opgeheven als zelfstandig bedrijf.

Joop Korthuis heeft de volgende boeken geschreven:

  • Korthuis J, Nijhof M. Oog in oog – Elementaire oogdiagnose en homeotherapie. EAN: 9789071669019. 1986.
  • Korthuis J. Het Management Support Plan – De volgende generatie bedrijfsvoering. ISBN: 9789079872275. 2008.
  • Korthuis J. Voor hetzelfde geld rijk- Een moeiteloze techniek voor het verwerven, beheren en genieten van rijkdom. EAN: 9789079872268. 2008.
  • Korthuis J. Durf jezelf te zijn – Een krachtige en vooruitstrevende methode voor het verwerven van gezondheid, betere relaties en een succesvolle levenswijze. 2011, in 2019 bewerkt voor EduMind door Inge Hummel.
  • Korthuis J. Innerlijke macht – Neem de leiding over je leven, gezondheid, relaties en werk. EAN: 9789079872282. 2021.
  • Korthuis J. The Unified Brain Model – Jij hebt het recht te weten hoe je onderbewuste brein werkt, het bepaalt elke stap in je leven. ISBN: 9789492665645. 2022

Het PMA-concept is ontstaan door een persoonlijke zoektocht van Korthuis naar antwoorden. Aanleiding daarvoor waren zijn eigen gezondheidsklachten (dreigend hartinfarct, maag en darmklachten, voorstadium van darmkanker en burn-out) [3]. Maar ook in zijn holistische praktijk ontdekte hij dat zijn behandelingen met natuurgeneeswijzen als, homeopathie, acupunctuur, elektroacupunctuur, chiropractie, fytotherapie, etc. onvoldoende waren [13]. Patiënten kwamen telkens terug met dezelfde of nieuwe klachten. Dat bracht hem op de overtuiging dat de oorzaak van veel klachten geworteld zit in de meest diepe overtuigingen van iemand. Omdat het hem niet lukte om die overtuigingen te veranderen zette dat hem ertoe aan om verder op onderzoek te gaan en om alleen de feiten binnen verschillende wetenschapsgebieden met elkaar te verbinden. Daarbij kwam hij uit bij verkeerd opgeslagen herinneren aan traumatische gebeurtenissen als universele oorzaak die hij bad-clusters noemde [14]:

“Een vergelijkende studie van neurowetenschappen, fysiologie, biologie, psychologie en kwantumfysica hielp de grondlegger van de Progressive Mental Alignment techniek, Joop Korthuis, om een nieuw fenomeen te ontdekken. Dit fenomeen noemde hij bad clusters.”

Dat leidde tot de ontwikkeling van PMA die deze bad-clusters zou kunnen opsporen en neutraliseren. Het is gebaseerd op het werk van de Amerikaanse celbioloog Bruce Lipton (1944), bekend van zijn boek ‘De biologie van de overtuiging: hoe je gedachten je leven bepalen’ waarin hij schrijft dat overtuigingen (via epigenetica) de fysiologische reacties beheersen in plaats van ons DNA. Zo zwart-wit is het echter allerminst (er is interactie), hoewel trauma’s op kinderleeftijd wel tot epigenetische processen kunnen leiden (waaronder methyleringsreacties) die de genexpressie beïnvloeden en geassocieerd zijn met gezondheidsproblemen op latere leeftijd [15].

Lipton schrijft ook:

“Ook twijfelt de wetenschap niet aan haar bewering dat het hiv-virus aids veroorzaakt. Maar ze heeft geen verklaring voor het feit dat grote aantallen mensen die al decennialang met het virus besmet zijn de ziekte niet krijgen.”

Er is echter overtuigend bewijs dat het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) de veroorzaker is van ‘acquired immunodeficiency syndrome‘ (aids) [16]. Zonder behandeling leidt een infectie met hiv bijna altijd tot een progressieve immunosuppressie en uiteindelijk aids. Dat doet hiv door aan bepaalde type witte bloedcellen te binden (CD4+ T-lymfocyten) en uiteindelijk te vernietigen. Daar kan echter jaren overheen gaan omdat het virus latent in het lichaam blijft sluimeren zonder merkbare klachten te geven, hoewel er wel virusreplicatie plaatsvindt. Uiteindelijk verzwakt het immuunsysteem dermate waardoor immuundeficiëntie optreedt met als gevolg opportunistische infecties en zonder behandeling vaak overlijden. De periode van hiv-besmetting en de diagnose aids varieert van minder dan één jaar tot meer dan 15 jaar. Met anti-retrovirale middelen wordt de progressie van een hiv-infectie naar aids voorkomen.

 


Wat kan PMA jou bieden? Dat is eigenlijk veel belangrijker. Nou allereerst denk ik, voor een duidelijk begrip waar PMA vandaan komt is het belangrijk te beseffen dat het ooit is ontstaan als een gevolg van mijn persoonlijke zoektocht. Het was dus nooit de bedoeling om dit op deze manier uit te rollen zoals we dat nu doen. Maar puur voor mezelf om antwoorden te vinden. En ik ben daarin vrij eigenzinnig te werk gegaan door me eigenlijk gewoon af te vragen als ik nou alle kennis over het brein eens even aan de kant zet en omdat ik zelf een praktijk had kon ik met heel veel mensen heel dicht omgaan, heel nabij omgaan en kon ik ze gadeslaan wat ze zouden doen. Ik dacht als ik nou gewoon in de praktijk kijk hoe dingen werken en me niets aantrek van alles wat ik ooit geleerd heb over het brein, gewoon, wat neem ik nou waar. En, ik ga daar nu niet te diep op in, maar toen nam ik ontiegelijk veel dingen waar, waar ik allemaal rapporten van heb gemaakt en vanuit die rapporten heb ik me op een gegeven moment afgevraagd: wat is hier zo moeilijk? Waarom kunnen wij zo moeilijk veranderen? Waarom krijgen we advies en raad, en vinden dat die raad perfect is, en zijn toch niet in staat om het uit te voeren. Wat is daar de dieperliggende oorzaak van?

Toen één keer het model van PMA ontstond ben ik een andere route gevaren en heb ik gezegd, wat is er nu neurofysiologisch, fysiologisch, biologisch, kwantumfysisch wat zijn op elk van die gebieden de feiten die we kennen. En voor diegene die daar interesse in hebben, heel kort het volgende. Er is een mega verschil tussen wetenschappelijke feiten en wetenschappelijke interpretaties en opinies. Alle boeken over wetenschap, populair of niet populair staan vol met opinies en maar heel weinig feiten. Dus wat ik heb gedaan. Ik heb alle wetenschappelijke feiten op een rij gezet en daaruit alleen die feiten genomen die zoals ze dat noemen reproduceerbaar zijn. Die je dus kunt herhalen en elke keer als je het herhaalt dezelfde uitkomst krijgt. Door die feiten op een rij te zetten en ze te ontdoen van elke interpretatie die er ook maar aanhing, want de interpretaties spraken elkaar over dezelfde feiten extreem tegen. Dus door ze te ontdoen van al die feiten (Rob: waarschijnlijk worden hier ‘interpretaties’ bedoeld in plaats van ‘feiten’) kwam ik op een gegeven ogenblik tot een model en dat model dat noemen we nu Progressive Mental Alignement, waarbinnen al die feiten wel als één harmonieus geheel vallen en eigenlijk één beeld vormen, één model vormen. Dus niet tegenstrijdig zijn, zoals ze dus nu in allerlei boeken wel zijn. Nou dat is nu het uniforme model waarover ik hier nu spreek. De daaruit voorkomende techniek die kan daarom ook resultaten bereiken die onbereikbaar zijn voor andere methoden. Niet dat ik daarmee zeg dat andere methoden slecht zijn, zoals we verderop in de presentatie zullen zien, ze beperken zich tot clustergerelateerde ervaringen en dat deel wat onzichtbaar voor ze is en het deel wat we in PMA het ‘vriendmechanisme’ noemen is niet bereikbaar voor die resultaten omdat men in de ontwikkeling van die diverse methodieken die er zijn geen notie had van hoe het brein gegevens opslaat, niet wist dat er kortsluitingen in konden ontstaan, niet wist wat daar de consequenties van zouden zijn en hoe de fysiologie werd bestuurd, enzovoort, enzovoort. Dus PMA is in feite een heel nieuw begin, een heel nieuwe zienswijze over hoe het brein werkt , hoe onze fysiologie wordt bestuurd en daarmee hoe onze emoties worden bestuurd.

3. Problemen rondom een PMA-opleiding

Een PMA-opleiding is voor iedereen geschikt die ervoor openstaat. Dat kan om er anderen mee te helpen (cliënten, collega’s, klanten) of jezelf. Dat maakt de doelgroep groot, maar je kunt je afvragen of dat wenselijk is. Een PMA-coach mag niet en heeft niet geleerd om een differentiaaldiagnose stellen. Dat wil zeggen, het uitsluiten van andere mogelijke oorzaken van de klachten.

Uiteindelijk zal een deel van de studenten PMA inzetten bij mensen met (psychosomatische) gezondheidsproblemen. Die gezondheidsproblemen kunnen licht zijn, maar ook ernstig. Het kan ook gebeuren (wat in principe de bedoeling is) dat tijdens de PMA-vaagmethodiek herinneringen aan vervelende gebeurtenissen naar boven komen. Is het dan verstandig om daar geen aandacht aan te besteden en het te laten zijn omdat het niet binnen PMA valt en er in de PMA-opleiding niet geleerd is om daarmee om te gaan? Een psycholoog of psychiater daarentegen is bekend met gesprekstechnieken om daarmee om te gaan. Het is ook niet in lijn met de richtlijnen over het omgaan met traumatische herinneringen.

Het eenmalig ophalen van traumatische herinneringen zonder verdere begeleiding/vervolg zou iemand kunnen destabiliseren. In onderzoek is men daar voorzichtig mee. Het PMA Institute heeft daar blijkbaar aan gedacht en heeft in de Algemene Voorwaarden opgenomen dat het altijd de verantwoordelijkheid is van de persoon die PMA ondergaat en nooit van de PMA-coach [17]. Ook wordt aangegeven dat juist het niet opsporen en neutraliseren van bad-clusters gevaarlijk is [3].

Voor de PMA-opleidingen en voor het toepassen van PMA heb je geen kennis nodig. Het onderbewuste deel van de hersenen zou de uitleg herkennen. Je kunt je dan afvragen wat dat zegt over het niveau van de opleidingen en of enige medische kennis niet nodig zou zijn voor de lesstof die aangeboden wordt. De rode draad van PMA is hoe het geheugen werkt. De werking van het geheugen is echter complex en zonder de nodige kennis van neurologie, fysiologie, psychologie en wetenschappelijk onderzoek is het lastig om de materie echt te begrijpen en bovenal om de informatie kritisch te beoordelen. Korthuis zegt daarover in een presentatie [3]:

“Dus met andere woorden, opleiding is niet nodig om PMA te doen. Ook niet nodig om PMA te leren om het op andere toe te passen want PMA baseert zich niet op de beginselen en de uitgangsposities die men nu over het algemeen in de psychologie als juist aanvaart.”

4. Zijn bad-clusters de oorzaak van gezondheidsproblemen?

PMA kan worden ingezet bij uiteenlopende gezondheidsproblemen, maar de behandeling richt zich altijd op één oorzaak namelijk de aanwezigheid van bad-clusters. Die oorzaak staat vanaf het begin al vast en wat de inzet van de behandeling ook is, PMA zou een merkbaar en blijvend resultaat geven.

Er wordt geen aandacht besteed aan mogelijk andere oorzaken die psychologisch of lichamelijk van aard kunnen zijn. Die worden bij voorbaat uitgesloten. Bij de ‘Rationeel Emotieve Therapie’ van Albert Ellis (1913-2007) is bijvoorbeeld het uitgangspunt dat niet de gebeurtenis zelf, maar een verkeerde interpretatie ervan de oorzaak is van vervelende gevoelens en van klachten. Daar bestaat de behandeling uit het opsporen en veranderen van irrationele en negatieve gedachten die ongewenste gevoelens en ongewenst gedrag veroorzaken. Volgens PMA zijn bad-clusters de oorzaak van die irrationele gedachten, maar bewijs daarvoor ontbreekt.

Volgens PMA bestaat een bad-cluster, net zoals een normaal cluster (herinnering), uit verschillende soorten informatie met de daaraan gekoppelde gevoelens en emoties [4]. Het is echter niet zo dat een gebeurtenis zelf de oorzaak is van bepaalde gevoelens en emoties en als zodanig gekoppeld aan elkaar worden opgeslagen. Het zijn de gedachten die iemand over die gebeurtenis heeft (gebaseerd op onder andere eerdere ervaringen) die gevoelens en emoties oproepen. Het wegnemen van irrationele en negatieve gedachten over een gebeurtenis (in het heden of verleden) verandert bijvoorbeeld het gevoel dat je daarbij hebt. Dit vergt wel de nodige oefening (kennen is geen voelen). Het kan zijn dat vervelende gevoelens en emoties onbewust ontstaan zonder daar bewust irrationele gedachten over te hebben of dat ze niet als zodanig herkend worden. Het gaat dan om geconditioneerd of (evolutionair) aangeboren gedrag. Volgens PMA werkt het anders en worden onze overtuigingen door onze emoties veroorzaak in plaats van andersom:

“Onze overtuigingen (geloofssystemen) komen altijd uit onze emoties voort. Vanwege de activiteit van ons beschermingsmechanisme hebben we het gevoel en denk we dat onze overtuigingen correct zijn, ons dienen en ons aangeven wat het beste voor ons is. Een groot aantal van ons overtuigingen komen echter direct voort uit Bad Clusters. De emoties die aan deze overtuigingen zijn gekoppeld zijn extreem krachtig. Deze overtuigingen hebben ons tijdens een vervelende gebeurtenis ooit goed beschermd en hebben ons in sommige gevallen zelfs geholpen de situatie te “overleven”.”

Een gangbare theorie is dat fysiologische reacties (zweten, hartkloppingen etc) kunnen ontstaan door emoties (stimuli ⇒ thalamus ⇒ cortex ⇒ cognitieve beoordeling ⇒  fysiologische reactie), maar ook autonoom zonder tussenkomst emotie (stimuli ⇒ thalamus ⇒ amygdala ⇒ fysiologische reactie).

Het toespitsen op bad-clusters als de enige oorzaak van gezondheidsproblemen zou ertoe kunnen leiden dat mensen van een andere behandeling afzien die effectiever is. Onduidelijk is namelijk waaruit blijkt dat de bad-clusters die met de PMA-vraagmethodiek worden opgespoord verantwoordelijk zijn voor de klachten. Er wordt aangegeven dat tijdens de PMA-vraagmethodiek hevige gevoelens kunnen optreden waardoor gedacht kan worden dat PMA zijn werk doet. Dit wordt echter ook gezien bij andere methoden waarbij het ophalen van vervelende herinneringen wordt gestimuleerd [18]:

“Het ophalen (hervinden) van een tot dan toe ontoegankelijke herinnering aan traumatische gebeurtenissen kan gepaard gaan met bijzondere verschijnselen, die te maken hebben met de bijzondere situatie bij opslag en ophalen, zoals bijvoorbeeld sterk sensorisch gekleurde herinneringen, het beleven van heftige emoties, sterk fragmentarische herinneringen. Er zijn geen aanwijzingen dat hervonden herinneringen aan traumatische gebeurtenissen meer of minder accuraat zijn dan continu toegankelijke herinneringen daaraan.”

Het idee dat bad-clusters zich in het onbewuste deel van de hersenen bevinden en normaal niet tot het bewustzijn doordringen staat haaks op bevindingen die laten zien dat juist traumatische gebeurtenissen doorgaans goed herinnerd kunnen worden [19]. Denk daarbij aan een herinneringen aan een concentratiekamp, seksueel misbruik, kindermishandeling en het doormaken van doodsangst [20-22]. Wanneer tijdens dergelijke gebeurtenissen automatisch het overlevingsprogramma (code red) actief wordt en er bad-clusters ontstaan, zouden de slachtoffers de traumatische gebeurtenissen niet meer kunnen herinneren. Korthuis geeft als verklaring dat bad-clusters een uitzondering vormen omdat ze verkeerd in het geheugen zijn opgeslagen [3], maar een onderbouwing daarvan ontbreekt. Het is ook niet in lijn met evolutionaire principes. Het ligt namelijk voor de hand dat gevaarlijke stressvolle situaties goed onthouden worden waardoor een volgende keer er adequater op gereageerd kan worden.

Bovenal is een probleem dat het bestaan van bad-clusters niet is aangetoond. Met de moderne beeldvormende technieken kunnen ze niet zichtbaar gemaakt worden. Onduidelijk is door welke fysiologische stressresponssystemen bad-clusters gevormd zouden worden en in welke hersenstructuren. De vorming van herinneringen is immers een fysiologisch proces. En hoe is aangetoond (of zou aangetoond moeten worden) dat bad-clusters zich in het onbewuste deel van de hersenen bevinden?

5. Wat onderscheid PMA van andere methodes?

De essentie van PMA is de opsporing en neutralisering van bad-clusters. Daarmee zou PMA zich onderscheiden van andere methoden waaronder:

  • Cognitieve gedragstherapie (CGT)
  • Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR)
  • Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP)
  • Neuro Associative Conditioning (NAC)
  • Neuro Emotionele Integratie (NEI)
  • Emotionally Focused Therapy (EFT)
  • Past Reality Integration (PRI)

Die methoden zouden weliswaar verbeteringen kunnen geven, maar ze zouden niet tot de diepere oorzaak komen, geen blijvend resultaat geven en altijd terugval kennen.

Het PMA Institute heeft twee documenten uitgebracht waarin het verschil tussen EMDR, CGT, NLP en PMA wordt uitgelegd [23, 24]. Het is een beschrijving van EMDR, CT en NLP waarin telkens enkele overeenkomsten met PMA worden aangegeven, maar met name ook het verschil wat PMA effectiever zou maken. Wanneer dat dat zou kloppen zou dat geen probleem zijn, maar het verschil dat aangegeven wordt is telkens het opsporen en aanpakken van bad-clusters. Het bezwaar daarvan is dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor de eigenschappen van bad-cluster en de verklaring en effectiviteit van de PMA-vraagmethodiek. Er worden kritische uitspraken over EMDR, CGT en NLP gedaan, maar niet over PMA, waarover in de serieuze wetenschappelijke literatuur niets over te vinden is (in tegenstelling tot EMDR, CGT en NLP). In het document wordt bij uitspraken over PMA maar één referentie gebruikt:

“Voor meer informatie over hoe het PMA model werkt en verschilt van andere methoden, zie The Unified Brain Model en Desirable Power, geschreven door Jacob Korthuis.”

De documenten kunnen dan ook gezien worden als een reclamefolder voor PMA. Enkele uitspraken in die documenten [23, 24]:

  • EMDR
    • “Hoewel EMDR gebaseerd is op verschillende therapeutische technieken, is het precieze mechanisme achter EMDR nog niet helemaal duidelijk en wordt hier nog veel onderzoek naar gedaan.”
    • “In EMDR worden deze bad-clusters niet aangepakt en kunnen ze later alsnog worden geactiveerd met negatieve emoties, gedachten, overtuigingen en gedrag als gevolg.”
    • “De methodiek van EMDR heeft dus geen invloed op de bad-clusters die zijn gecreëerd tijdens de traumatische ervaring.”
    • “Omdat er tijdens EMDR alleen maar gebruik wordt gemaakt van bewuste herinneringen die kunnen worden opgehaald, blijven de bad-clusters nog steeds aanwezig.”
    • “Deze bad-clusters kunnen in de toekomst nog steeds worden geactiveerd als vergelijkingsmateriaal door binnenkomende sensorische informatie, met de daarbij horende emoties en gevoelens. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de relatief hoge aantallen terugval na EMDR, en andere therapieën die bad-clusters intact laten.
  • CGT
    • Verschillende studies hebben geprobeerd het precieze mechanisme achter CGT te achterhalen, maar dit heeft tot nu nog geen eenduidig antwoord opgeleverd.”
    • “Met behulp van CGT is het niet mogelijk om de inhoud van bad-cluster te achterhalen. Dit zou een reden kunnen zijn waarom veel cliënten na CGT terugvallen in hun oude gedragspatronen, gedachtes of overtuigingen.”
    • “Omdat er tijdens CGT alleen wordt geprobeerd de automatische negatieve automatische gedachten om te zetten naar positievere gedachten, blijft de oorzaak van deze gedachten, namelijk de bad-clusters, onaangeroerd.”
    • “CGT probeert de belemmerende gedachtes op te lossen door nieuwe ‘skills’ te leren waarmee je kan leren omgaan met deze gedachten, terwijl PMA naar de onderliggende oorzaak van de negatieve gedachten gaat, de bad-clusters*, om ze daarmee van hun kracht te ontdoen.”
  • NLP
    • Met behulp van het PMA model kunnen de beperkingen van het NLP model aan het licht worden gebracht. PMA is een nieuwe aanpak die de onderliggende oorzaak van verschillende (psychosomatische) gezondheids- en gedragsproblemen permanent kan oplossen*.”
    • “Met behulp van NLP is het niet mogelijk om de inhoud van een bad-cluster te openbaren en onschadelijk te maken.”
    • “Het grote verschil tussen NLP en PMA is dat het NLP model met behulp van ankers, resources, of andere technieken de negatieve lading van eerdere gebeurtenissen probeert te conditioneren door het koppelen (via een anker) van ervaringen met een negatieve lading aan een ervaring met een positieve lading. Op deze manier kan de cliënt zijn beeld over deze situatie veranderen en hier in de toekomst beter mee omgaan. Het nadeel van het op deze manier leren omgaan met getriggerde negatieve gevoelens is dat de echte oorzaak, de bad-cluster in PMA begrippen, niet wordt opgelost.”

Hoewel het aantal bad-clusters vele malen kleiner is dan de gewone clusters zou de impact van bad-clusters veel groter. Van alle gezondheidsklachten zou 75% psychosomatisch zijn, oftewel ‘bad-cluster somatisch’ [3]. Slechts 25% van alle gezondheidsklachten zou door de normale ‘clusterfysiologie’ worden bestuurd, waar conventionele methode zich op richten. Korthuis geeft dan ook aan dat je met PMA 75% van alle gezondheidsproblemen blijvend kunt oplossen [3].

Technieken als EMDR, CGT en NLP focussen op de normale clusters, de gebeurtenissen waar je nog bij kunt. Maar deze therapieën zouden volgens PMA niet het diepste probleem van ‘bad-clusters’ bereiken.

 

Opgemerkt worden dat een bad cluster de benaming is voor herinneringen aan vervelende gebeurtenissen die binnen PMA wordt gebruikt. Omdat andere methodes die benaming en dat concept niet gebruiken ligt het voor de hand dat de bad-clusters de PMA-methode onderscheidend maken. Maar dat wil niet zeggen dat andere methodes daardoor minder effectief zijn. Waar PMA de oorzaak van psychosomatische klachten bij bad-clusters legt, kunnen andere methodes de oorzaak van dezelfde klachten ergens anders leggen. Het is dus niet zo dat andere methodes de klachten niet kunnen oplossen omdat ze niet met bad-clusters werken. Er is ook geen bewijs dat bad-clusters de oorzaak zijn van klachten die andere methodes niet zouden kunnen verhelpen.

Een analogie die gemaakt kan worden is met de fictieve kankerbehandeling ’Progressive Cancer Allignement’ (PCA). De grondlegger van die behandeling claimt dat PCA door de unieke vraagmethodiek het metabolisme van een tumorcel kan beïnvloeden waardoor die afsterft en nooit meer terug kan komen. Alle andere kankerbehandelingen kunnen dat metabolisme niet beïnvloeden waardoor de tumor niet volledig verdwijnt of terug kan komen. Aangenomen dat die beweringen en verklaringen juist zijn zou het een aantrekkelijke kankerbehandeling zijn, maar daar is geen bewijs voor. Ook niet voor de bewering dat alleen PCA een aspect van tumorgroei kan stoppen. Met alleen de verklaring dat PCA het metabolisme van een tumorcel beïnvloedt en daarmee laat afsterven is de behandeling niet onderbouwd.

5.1 Waarom zou PMA wél (en andere methoden niet) werken?

Er wordt door het PMA-Institute aangegeven dat geen enkele methode een echte oplossing voor een probleem biedt [2]:

“Wie aan zichzelf wil werken, heeft het voor het uitkiezen. Voor elk probleem bestaat wel een therapie, training, cursus of coachingstraject, en in theorie beloven ze allemaal gouden bergen. Maar hoe goed bedoeld ook, in de praktijk biedt geen enkele methode een echte oplossing, laat staan een blijvend resultaat.”

Dat zou komen omdat het bestaan van bad-clusters op het moment dat die methoden ontwikkeld werden nog niet bekend was. PMA zou wel een blijvende oplossing bieden aangezien ze doen wat ze beloven en een blijvend resultaat garanderen [2]:

“Progressive Mental Alignment doet wat het belooft. De techniek is makkelijk toepasbaar, heeft direct effect en garandeert een blijvend resultaat. Iedereen kan het en iedereen heeft er wat aan.”

Bovendien staat het duidelijk in de e-mailnieuwsbrieven die ze versturen.

Dat is een stevige uitspraak voor een methode die niet wetenschappelijk bewezen is en nauwelijks vergeleken is met andere methoden. Eind 2014 en begin 2015 is PMA vergeleken met een vaardigheidstraining bij docenten en medewerkers in het voortgezet onderwijs ter voorkoming van agressie en geweld tegen personeel [25]. Bij de intake is gekeken welke training het beste bij iemand pastte. De intensievere PMA-training werd meer geschikt geacht voor deelnemers die vaker met agressie in aanraking kwamen. De vergelijking is dus niet helemaal eerlijk. Je zou kunnen zeggen dat bij de deelnemers die de PMA-training volgden meer ruimte was voor verbetering. Aan het einde van het traject waren er echter geen verschillen in objectieve uitkomsten [22]:

“De vaardigheidstraining leidde tot een daling van het percentage slachtoffers met 42 procent, de PMA coaching leidde tot een daling met 38 procent. Het herhaald slachtofferschap daalde bij de vaardigheidstraining van gemiddeld vier naar één incident en bij de PMA coaching van gemiddeld zeven naar drie incidenten.”

PMA benadrukt echter telkens dat het effectiever is dan alle andere behandelmethodes, waaronder ‘Eye Movement Desensitization and Reprocessing therapy’ (EMDR). Naar EMDR is echter wel het nodige onderzoek gedaan en er zijn verschillende meta-analyses over verschenen. Er is soms wel kritiek op te geven, maar die meta-analyses laten wel aanwijzingen zien dat EMDR verbeteringen geeft bij met name angststoornissen en PTSS [26-31]. Dat is duidelijk meer dan wat PMA aan wetenschappelijke onderbouwing te bieden heeft. EMDR vormt dan ook een erkend onderdeel van de behandeling van PTSS.

6. Bad-clusters versus onbewust verdrongen herinneringen

Het idee dat traumatische herinneringen tot lichamelijke en mentale klachten kunnen leiden is niet nieuw. Binnen de psychologie is er al sinds de jaren ‘90 een hevig debat over gaande wat bekend staat als ‘Memory Wars’. Het vindt zijn oorsprong in psycho-analytische tradities van Anna Freud (dochter van Sigmund Freud) en tijdgenoten van haar [32]. De theorie erachter is dat bepaalde traumatische gebeurtenissen zo overweldigend kunnen zijn waardoor psychologische verdedigingsmechanismen in werking treden om de emoties binnen dragelijke proporties te brengen. Eén zo’n verdedigingsmechanisme is verdringing. De herinnering aan de traumatische gebeurtenis wordt dan weggedrukt, maar zou wel tot klachten kunnen leiden zoals depressieve gevoelens en angsten. Om van die klachten af te komen zouden de onbewuste traumatische herinneringen bewust moeten worden gemaakt.

Wetenschappelijk gezien is er weinig bewijs voor het bestaan van verdrongen traumatische herinneringen [14]. Het blijkt bijvoorbeeld dat mensen met een verdrongen herinnering er eerder met anderen over hebben gesproken, maar dat ze zich dat niet kunnen herinneren [33]. Er zijn bovendien andere verklaringen, zoals dat de gebeurtenis gewoon vergeten is of dat diegene er niet over wil praten en nadenken. Het geheugenspoor naar een herinnering kan na tientallen jaren niet te zijn gebruikt zijn vervaagd. Een bepaalde trigger kan dat geheugenspoor helderder krijgen waardoor die herinnering hervonden of herontdekt wordt. En wanneer herinneringen niet spontaan bovenkomen, kunnen het valse-herinneringen zijn (pseudo-herinneringen). Ondanks een gebrek aan bewijs gelooft het merendeel, ook van de klinisch psychologen, in verdringen [32]:

“Wij hebben recentelijk alle enquêtestudies op een rij gezet en vonden dat gemiddeld gezien, 58% (n = 4745) van de ondervraagden geloofden in verdringing (Otgaar et al., 2019). Voor klinisch psychologen was dat percentage in de jaren ’90, 61% (n = 719) en dat steeg naar 76% (n = 1586) in de jaren 2010 en verder. Die percentages laten zien dat het geloof in verdringing diep verankerd is in deze beroepsgroep. Dat is zorgwekkend. Als klinisch psychologen sterk geloven in verdringing kunnen ze immers juist in hun praktijk suggestieve acties ondernemen om te proberen verdrongen herinneringen naar de oppervlakte te brengen.”

Volgens PMA zijn onbewust verdrongen herinneringen en bad-clusters niet hetzelfde [14], hoewel de gelijkenis groot is en het verschil moeilijk aan te tonen is. Hoe toon je bijvoorbeeld aan dat een verdrongen herinnering vroeger bewust is geweest en een bad-cluster die met de PMA-vraagmethodiek is opgespoord niet?

7. Herinneringen kloppen niet altijd

Een belangrijk onderdeel bij PMA is de uitleg van hoe de hersenen werken en hoe herinneringen opgeslagen worden en wat de relatie ervan is met psychosomatische gezondheidsproblemen. Dat is ook terug te vinden in hun slogan:

“Begrijp het brein en weet hoe je onverklaarbare klachten met succes en zonder terugval kunt behandelen.”

Er wordt nauwelijks tot geen aandacht besteed aan het gegeven dat de hersenen (ons geheugen) er ook weleens naast zitten. Eén van de belangrijke lessen van geheugenonderzoek is echter dat ons geheugen niet onfeilbaar is. Omdat herinneringen in fragmenten worden opgeslagen, moeten die fragmenten ook weer bij elkaar worden gezocht om de betreffende herinnering op te kunnen halen. Dat gaat niet altijd goed. Wanneer fragmenten ontbreken gaan de hersenen die gaten zelf op creatieve wijze aanvullen. De herinnering die in het bewustzijn komt is dan geen exacte weergave van de oorspronkelijke gebeurtenis, terwijl we daar wel naar kunnen handelen. Dat kan onschuldig zijn, maar het kan in de rechtspraak ook tot onjuiste getuigenverklaringen leiden waardoor onschuldigen veroordeeld worden [19, 32].

De hersenen kunnen herinneringen vervormen, herinterpreteren en fabriceren (valse-herinneringen). En daar zijn geen traumatische gebeurtenissen voor nodig [34]. Valse herinneringen zijn herinneringen die nooit hebben plaatsgevonden en door de hersenen zijn gefabriceerd. Verschillende therapeutische technieken en ook de therapeut zelf, kunnen ertoe leiden dat valse herinneringen worden opgehaald [35]. In studies wordt gezien bij 20-50% van de deelnemers die eraan waren blootgesteld. Door het ontbreken van onderzoek is onduidelijk of bij PMA daar ook kans op is, maar dat is niet uit te sluiten aangezien er informatie wordt gegeven over de visie van PMA, er naar herinneringen aan traumatische gebeurtenissen wordt gevraagd en er naar het opsporen van bad-clusters wordt toegewerkt:

“Want wanneer jouw cliënt zich bewust is van de kracht van het brein en weet hoe je gedachten kunt sturen, heeft je cliënt de sleutel tot een beter leven in handen. Net als jijzelf.”

Daarmee zal de persoon een bepaalde richting op worden gestuurd. Dit werd ook een keer aangegeven in een evaluatieformulier na een PMA-training te hebben gevolgd [25]:

“Bij gesprek iets te veel gestuurd, ik had aanvankelijk meer interesse in een praktijkgerichte training over omgaan met agressie”

Herinterpretatie kan plaatvinden door informatie die achteraf gekregen is of wanneer geheugensporen met elkaar interfereren. Het is zelfs mogelijk om herinneringen bij anderen te implanteren. De herinnering wordt echter altijd als waar waargenomen [36].

Een klassieke studie op het gebied van valse herinneringen is die van Roediger en McDermott uit 1995 [37], gebaseerd op verkregen informatie van James Deese (1959) [38]. In die studie zijn twee experimenten bij 36 studenten uitgevoerd. In het eerste experiment zijn zes lijsten samengesteld met ieder twaalf woorden die aan één woord (thema) waren gerelateerd. Bijvoorbeeld de woorden table, sit, legs, seat, soft, desk, arm, sofa, wood, cushion, rest, en stool met het gemeenschappelijke woord ‘chair. Alleen de twaalf woorden op de lijst werden hardop voorlezen aan de studenten waarna ze alle woorden moesten opschrijven waarvan ze redelijk zeker wisten dat die voorgelezen waren (free recall). Hoewel het gemeenschappelijke woord niet was voorgelezen, dacht 40% zich dat wel te herinneren. Kort daarna kregen de studenten een lijst met 42 woorden waarvan er twaalf waren voorgelezen en 30 niet. Ze moesten van ieder woord aangeven hoe zeker ze ervan waren dat het voorgelezen was. De meeste studenten gaven aan dat ze er sterk van overtuigd waren dat het gemeenschappelijke woord was voorgelezen. In het tweede experiment werd het experiment uitgebreid van zes naar 24 lijsten met vijfttien in plaats van twaalf woorden. Hier dacht 55% zich te herinneren dat het gemeenschappelijke woord werd genoemd [37]:

“The results reveal a powerful illusion of memory: People remember events that never happened.”

Er zijn ook vergelijkbare studies waarin geen woorden zijn gebruikt maar plaatjes en die laten vergelijkbare resultaten zien [39].

In een studie kregen studenten filmpjes te zien van twee op elkaar botsende auto’s [50]. Na de filmpjes werd met verschillende bewoordingen aan ze gevraagd hoe hard de auto’s reden (“how fast were the cars going when they (smashed / collided / bumped / hit / contacted) each other”). De gerapporteerde snelheid nam toe naarmate de impact ernstiger werd verwoord (zie onderstaande tabel). Het verschil in gerapporteerde snelheid tussen ‘contacted’ (raken) en ‘smashed’ (knalden) was 14 km/h. In een hertest een week later werd gevonden dat de studenten die de hoogste snelheid rapporteerde ook vaker glasscherven dachten te zien [50].

Er is een theorie die een verklaring geeft voor de feilbaarheid van de hersenen. De functie van het geheugen zou niet zozeer het reproduceren van het verleden zijn, maar het begrijpen van het heden en het anticiperen op wat kan komen [41, 42]. Daarvoor is het belangrijk dat het geheugen zich voortdurend aanpast aan veranderende omstandigheden.

Over vergeten zijn verschillende opvattingen. Eén opvatting is dat herinneringen die niet regelmatig worden opgehaald na verloop van de tijd verzwakken en daarom vergeten worden. Het geheugenspoor is dan vervaagd. Een andere opvatting is dat herinneringen niet verdwijnen, maar onbereikbaar worden. Bijvoorbeeld doordat ophaalaanwijzingen onvoldoende overlappen met de gezochte herinnering, of doordat vergelijkbare herinneringen in de weg zitten.

Een gebeurtenis die tijdens de PMA-vraagmethodiek als traumatisch herinnerd wordt, hoefde op het moment zelf niet als traumatisch te zijn ervaren (herinterpretatie) en daardoor niet als bad-cluster te zijn opgeslagen [17]. Of de herinnering die opkomt is een valse herinnering en heeft dus nooit plaatsgevonden. Ook dan zal die herinnering niet als bad-cluster zijn opgeslagen. Daar wordt echter wel telkens vanuit gegaan, want één van de taalregels van de hersenen is dat het onbewuste geen fouten maakt. De bekende Amerikaanse psycholoog en geheugenexpert Elizabeth Loftus (1944) zegt daarover [43]:

“Although appealing as a metaphor, memory does not actually function like a video recorder. There is no accurate bit of ’tape’ that we can find by rewinding our minds to the right point in time. Rather, to remember something – even an event from one’s own personal past – one must engage in a process of reconstruction, of putting together different traces to create a new memory. Some of these traces contain unique bits of the original event, but other traces reflect assumptions about how things are or were, or information learned since the event took place.”

“Some authors argue that false memories created in the sterility and ethical limitations of a research laboratory setting are insufficiently similar to the highly emotional circumstances reflected in recovered memories of abuse. Yet there is evidence to suggest that people can be very emotional about memories that must be false.”

7.1 Maakt het onbewuste deel van de hersenen geen fouten?

In het boek Innerlijke Macht staat (blz. 33):

“Het onbewuste maakt geen enkele fout. Het voert slechts processen uit, gebaseerd op de eenvoudige wetmatigheid: stimulus-respons.”

We weten echter dat het onbewuste niet onfeilbaar is en dat het ons kan bedriegen zonder dat we het weten. Bij een gebrek aan informatie gaat het die gaten zelf op creatieve wijze invullen op basis van onder andere verwachtingen, logische redenatie en interferentie met andere herinneringen. Stukjes herinneringen die ontbreken worden zo door de hersenen aangevuld. Voorbeelden waarin het onbewuste deel van de hersenen fouten maakt zijn onderstaande afbeeldingen. Dit zijn onschuldige visuele illusies, maar dit treedt ook op andere vlakken op.

Beide horizontale lijnen zijn even lang zijn. Onbewust zijn we echter geneigd om te zeggen dat de bovenste lijn langer is (Mülller-Lyer-illusie).

 

De vlakjes A en B hebben dezelfde kleur. Onbewust zijn we echter geneigd om te zeggen dat vlakje A donkerder van kleur is dan vlakje B (dambord van Adelson).

 

In een presentatie van Korthuis voor mensen die de ‘PMA-Home Study Kit’ hebben aangeschaft blijkt ook dat het onbewuste deel van de hersenen er weleens naast zit [44]. In de presentatie geeft Korthuis uitleg over het invullen van de ‘Innerlijke harmonie scan’ Dat is een formulier met 33 stellingen, verdeeld over de drie categorieën gezondheid, relatie en succes. Die stellingen kun je scoren van 0 tot 10. Het is de bedoeling om intuïtief een cijfer te geven en er niet over na te denken. Het is de bedoeling om te vertrouwen op het onbewuste deel van de hersenen. Vul aan het begin dat formulier in en na een aantal weken of maanden en vergelijk die twee met elkaar. Op de meeste stellingen zou hoger gescoord worden. Je bent daarin gegroeid. Bij sommige stellingen kan het echter zijn dat je een lager cijfer hebt gegeven terwijl je gevoel zou zeggen dat je daarin gegroeid bent. Beide keren is het cijfer echter afkomstig uit het onbewuste deel van de hersenen. Korthuis geeft daarvoor de volgende verklaring waaruit blijkt dat het onbewuste deel van de hersenen er weleens naast zit [44]:

“Dat laatste heeft alles te maken met bewustzijn. Je bent je gedurende het proces bewust geworden van wat de werkelijke onbewuste drives, de onderbewuste gegevens zijn die je hebben aangezet tot een bepaalde denkwijze, tot bepaalde geloofssystemen, tot bepaalde overtuigingen en paradigma’s, tot bepaalde handelingen acties. En dat bewust is ontstaan doordat er bad-cluster zijn geopenbaard en de daaraan hangende gevoelens die al die dingen hebben gecreëerd in je leven, dus al die overtuigingen en handelingen en waar je je niet bewust van was omdat je je niet bewust was van de inhoud van die bad-clusters. Nu weet je onbewuste het wel dus die zal op basis van die kennis een veel objectiever en eerlijker cijfer geven dan wat je de eerste keer deed. Daarom zit je lager. Wat leer je daaruit? Ook dit draagt bij tot vertrouwen krijgen in je onderbewustzijn. Je leert daar namelijk uit hoe het vriendmechanisme overtuigingen geloofssystemen heeft gecreëerd gedurende het leven waarmee je jezelf hebt overtuigd dat je heel goed was daarin. Dat er niks aan de hand was. Geen problemen op dat gebied. En daarmee creëer je voor jezelf een rookgordijn waardoor je niet de objectieve werkelijkheid ziet.”

8. Hoe wordt PMA onderbouwd?

De grondlegger van PMA en algemeen directeur van het PMA-Institute Joop Korthuis is wetenschapper en heeft 50 jaar onderzoek naar de hersenen gedaan. Hij geeft in een presentatie aan dat exact bekend is hoe PMA werkt [3]:

“Hoe ziet dat er in de praktijk nou uit? Zonder verdere uitleg waarom het zo werkt nogmaals dat is iets dat weten we allemaal exact, dat kunnen we precies uitleggen maar dat lukt niet in anderhalf uur.”

De functies van de hersenen zijn echter zeer complex en er is geen discussie over dat we veel ervan nog niet weten. Ook niet over hoe het geheugen precies werkt. Bij PMA lijkt er echter geen twijfel te bestaan over de juistheid van hun vermeende werkingsmechanisme en methode. Joop Korthuis heeft echter niets in een peer-reviewd wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Geen afzonderlijke studies, maar ook geen reviews of opiniestukken om zijn methode aan (internationale) collega’s te introduceren. Hij geeft in een e-mail aan dat zijn interesse niet uitgaat naar het ‘bewijzen’ van PMA:

“Ik heb nooit de moeite gedaan om de vele wetenschappelijke onderzoeken en bewijzen te ordenen als wetenschappelijke thesis. Zoals gezegd mijn interesse gaat niet uit naar het “bewijzen” maar naar het verkrijgen van inzicht dat leidt tot een benadering die de mensen dient.”

Bij een recensie van het boek ‘Innerlijke Macht’ door het ‘Tijdschrift voor Coaching’ heeft het PMA Institute in 2008 de volgende noot geplaatst [45]:

“De schrijver van Innerlijke macht, tevens ontdekker van PMA, heeft bewust gekozen voor een gemakkelijk leesbaar boek. Het boek Innerlijke Macht is niet bedoeld om een wetenschappelijke verhandeling te geven.”

“De wetenschappelijke onderbouwing van PMA zal in een afzonderlijk boek worden uitgebracht en het materiaal daarvoor is reeds bekend maar moet alleen nog worden geordend, hetgeen veel tijd in beslag neemt. Erkenning door de wetenschap is bovendien niet een prioriteit voor de auteur Joop Korthuis. De ontdekking van PMA is het resultaat van zijn eigen wetenschappelijke speurtocht op zoek naar antwoorden. Hij deelt PMA graag via zijn boeken, CD’s, DVD’s en seminars met anderen die zoekende zijn.”

In een recent overzichtsartikel over geheugenprocessen bij stress wordt er niet over gesproken PMA of bad-clusters [46]. Na ruim 25 jaar PMA geeft dat wel te denken. Korthuis heeft wel een aantal boeken geschreven waar binnen PMA naar verwezen wordt, maar die kunnen niet gebruikt worden als wetenschappelijke onderbouwing. Het meest bekende boek is ‘Innerlijke Macht’, wat wordt gezien als het standaardwerk, maar waar inline referenties ontbreken. Wel bevat het boek aan het einde 94 “Referenties en literatuur over Progressive Mental allignment®”. Het zijn met name verwijzingen naar boeken, boekhoofdstukken en artikelen en af en toe een studie. Wat die referenties met PMA te maken hebben en wat daarmee van PMA onderbouwd zou moeten worden is onduidelijk omdat in de tekst niet naar referenties wordt verwezen.

In het boek staat:

“Naast wetenschap en filosofie is er iets anders van groot belang: de praktijk! Daarover gaat dit boek. Het bespreekt datgene wat wij dagelijks zelf ervaren, onze emoties, reactiepatronen, frustraties, psychische en psychosomatische klachten. Progressive Mental Allignment benadert de grondoorzaak van deze problematiek voornamelijk vanuit waarnemingen in de praktijk van het dagelijks leven.”

Die insteek is weinig wetenschappelijk. In het boek ‘The unified brain model’ staat geen enkele referentie. In de gratis webinars die gegeven worden en in video’s van Korthuis wordt regelmatig aangeven dat er onderbouwingen worden gegeven. Wat dan volgt blijft echter beperkt tot casusbeschrijvingen, wat geen onderbouwingen zijn.

8.1 De PMA-methode uitgesplitst

PMA- bestaat eigenlijk uit twee onderdelen die met elkaar te maken hebben, maar waar wel onderscheid tussen gemaakt dient te worden:

  • Een visie over de werking van de hersenen en het opslaan van herinneringen (Unified Brain Model):
    • Opslag van emotioneel beheersbare herinneringen
    • Opslag van emotioneel niet beheersbare herinneringen waarbij sprake is van controleverlies
  • De PMA-vraagmethodiek

Over sommige uitspraken is weinig discussie. Het betreft dan uitspraken over de werking van de hersenen die binnen de neurowetenschap worden geaccepteerd. Dit zijn echter geen onderdelen die PMA onderbouwen. Over andere uitspraken is wel discussie en dan gaat het veelal over uitspraken die op PMA zijn toegespitst. Daar is geen wetenschappelijk bewijs voor. Het zijn hypothesen. Onderstaande figuur geeft aan voor welke onderdelen binnen PMA in grote lijn wel of geen voldoende bewijs is.

8.1.1 De visie over de werking van de hersenen (Unified Brain Model)
In de visie over de werking van de hersenen en het opslaan van herinneringen wordt weer onderscheid gemaakt tussen het opslaan van emotioneel beheersbare herinneringen en het opslaan emotioneel niet beheersbare herinneringen (vervelende gebeurtenissen/trauma’s).

8.1.1.1 De opslag van emotioneel beheersbare herinneringen
De informatie (neurowetenschappelijke feiten) die gegeven wordt over het opslaan van herinneringen in het algemeen is grotendeels in lijn met wat de wetenschappelijke literatuur laat zien. Zo is bekend dat:

  • Veel gedachten, gedragingen en fysiologische reactie vanuit het onbewuste deel van de hersenen worden gestuurd.
  • Herinneringen gefragmenteerd worden opgeslagen, verspreid in de hersenen.
  • Zintuigelijke informatie wordt in de hersenen opgenomen en vergeleken met bestaande informatie (herinneringen).
  • Sterk emotionele gebeurtenissen doorgaans nauwkeuriger en langer herinnerd worden dan neutrale herinneringen.
  • Het placebo- en nocebo-effect invloed heeft op fysiologische reacties in het lichaam.
  • Er gezondheidsproblemen zijn die psychosomatisch zijn.

Daarmee krijgt PMA een wetenschappelijk karakter waardoor het vertrouwen erin bij veel mensen zal toenemen. Dat is echter niet de verdienste van PMA. Het is ook geen kennis die PMA uniek maakt of waardoor PMA effectief zou zijn. PMA borduurt daarop voort met het bestaan van bad-clusters en de PMA-vraagmethodiek. Ook hier worden uitspraken gedaan waar geen bewijs voor is waaronder:

  • Iedere neuron slechts één specifiek soort informatie kan opslaan!”.
  • “We weten al dat elke hersencel (neuron slechts één specifieke taak heeft. Een hersencel die de kleur rood opslaat, zal nooit in staat zijn om een geur, smaak, vorm of zelfs maar een andere kleur dan rood op te slaan.”

8.1.1.2 De opslag van emotioneel niet beheersbare herinneringen
De informatie die gegeven wordt over het opslaan van herinneringen aan trauma’s, is niet geheel in lijn met wat de wetenschappelijke literatuur laat zien, hoewel er wel raakvlakken zijn. De neurowetenschappelijke feiten worden verlaten en er ontstaan hypothesen wanneer bad-clusters worden geïntroduceerd. Bijvoorbeeld:

  • Het bestaan van bad-clusters.
  • Dat bad-clusters anders gecodeerd worden.
  • Dat bad-clusters de oorzaak zijn van (alle) psychosomatische klachten.

Het zijn specifieke beweringen die verder gaan dan het al complexe terrein van hoe het geheugen werkt. We weten dat stress kan leiden tot een verstoorde codering en opslag van informatie waardoor details in de langetermijnherinnering vaag en onvolledig kunnen zijn [18]. Maar aan bad-clusters wordt een specifieke codering toegeschreven die niet in de neurowetenschappen beschreven wordt. Het is echter die specifieke codering die PMA uniek en effectief zou maken.

In een document van het PMA Instituut over de theoretische onderbouwing staat ook als disclaimer dat sommige delen uit hypothesen bestaan [4]:

“Om tot één model te komen waarin er meer duidelijkheid ontstaat over hoe ons onderbewuste brein werkt en wat de relatie hiermee is tot psychosomatische klachten, moeten sommige stellingen worden gepresenteerd als hypothesen omdat deze nog niet (volledig) zijn onderzocht. Dit heeft als gevolg dat sommige stukken van het Progressive Mental Alignment (PMA) model bestaan uit hypothesen die logisch zijn afgeleid van bestaande wetenschappelijke literatuur, terwijl andere onderdelen volledig gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek.”

Het is echter niet zo dat PMA bepaalde stellingen als hypothese presenteert.

8.1.2 De PMA-vraagmethodiek
De PMA-vraagmethodiek borduurt voort op de visie over het opslaan van herinneringen die niet emotioneel beheersbaar zijn en op het bestaan van bad-clusters. Er is geen bewijs dat die methodiek doet wat het belooft. Bijvoorbeeld:

  • Dat PMA bad-clusters neutraliseert.
  • Dat PMA door het neutraliseren van bad-clusters (alle) psychosomatische klachten blijvend kan laten verdwijnen.

De PMA-vraagmethodiek is ook niet zonder suggesties en wordt niet zonder beïnvloeding ondergaan. Bij reguliere traumaverwerking worden herinneringen aan een traumatische gebeurtenis onderzocht. Bij PMA gebeurt dat niet. Kritiekloos wordt aangenomen dan een opgehaalde herinnering die als bad-cluster wordt gezien de oorzaak is van gezondheidsklachten. Er wordt geen aandacht besteed aan de juistheid van de herinnering en of er een relatie is met de gezondheidsklachten.

9. Onderzoek naar de effectiviteit van PMA

In de reguliere wetenschappelijke literatuur zijn er geen studies waarin gekeken is naar de effectiviteit van PMA. Er zijn wel master-thesissen verschenen en rapporten van PMA-coachingstrajecten, meestal in het voortgezet onderwijs.

9.1 Masterthesissen

In de masterthesis van Kay Derks en Maria José Sánchez-Ramos uit 2014 is literatuuronderzoek gedaan naar de onderbouwing en effectiviteit van PMA [48]. Het ging daar specifiek om het terugdringen van probleemgedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Naast het literatuuronderzoek hebben ze een PMA-interventie geanalyseerd, maar die studie kende teveel gebreken om een uitspraak te kunnen doen over de effectiviteit.

“De enige publicatie van Korthuis, “Innerlijke Macht” (2008) is echter niet wetenschappelijk geschreven en de tekst is niet voorzien van referentieverwijzingen. Dit maakt het moeilijk om te achterhalen waar hij zijn beweringen op baseert. Dit literatuuronderzoek heeft geholpen om een aantal nuances in de uitspraken van Korthuis te brengen. Het wordt sterk aanbevolen om een wetenschappelijke publicatie te schrijven waar de uitgangspunten van de PMA-methode uitgelegd en onderbouwd worden aan de hand van wetenschappelijke literatuur.”

“Ook Korthuis gebruik de termen “onbewuste processen” en “onderbewustzijn”. Hij relateert deze termen niet aan niet-doelgerichte processen, maar spreekt over “een deel van de hersenen die ervoor zorgt dat bepaalde informatie naar het limbisch systeem gestuurd kan worden” (Korthuis, 2006, p. 73). Het blijft onduidelijk hoe volgens Korthuis het limbisch systeem zich verhoudt tot onbewuste processen in het niet-declaratieve geheugen.”

“Kortom, door een onnauwkeurig gebruik van de term trauma en gebrek aan expliciete verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur is het niet mogelijk om te achterhalen wat Korthuis in zijn betoog exact met trauma’s bedoelt en wat hij hierover wil beweren.”

“De hippocampus en de amygdala in het limbisch systeem vormen een tussenstation en zorgen ervoor dat de informatie doorgestuurd wordt naar de juiste gebieden van de cortex (LaBar & Phelps, 1998). Dit is in tegenstelling tot de bewering van Korthuis die stelt dat bepaalde informatie in het limbisch systeem opgeslagen wordt. De volgende bewering kan op grond van bovenstaande eveneens niet door de literatuur ondersteund worden: “Omdat we zowel zintuigelijke gegevens als de daarbij behorende fysiologische componenten opslaan, zou je kunnen zeggen dat we twee databases hebben. De database van alle zintuigelijke informatie is de cortex. Daar ligt alle feitelijke zintuigelijke informatie netjes gecodeerd opgeslagen. Alle nieuwe binnenkomende zintuigelijke data wordt daar opgeslagen en verbonden met eerder geregistreerde soortelijke informatie. We hebben dus twee databases: één voor zintuigelijke feitelijke informatie (de cortex) en één voor de fysiologie (limbisch systeem) die verantwoordelijk is voor onze gevoelens” (Korthuis, 2008, p. 48). Onderzoek met neuroimaging-technieken hebben laten zien dat bepaalde delen van onze hersenen actief worden bij het opslaan en oproepen van informatie (Schacter et al., 1996; Schacter & Stolnick, 2004). Het limbisch systeem is betrokken bij deze hersensprocessen, maar wordt in de literatuur nooit aangeduid als opslagplaats voor informatie.”

Uit onderzoek blijkt dat gedragsproblemen bij kinderen en jeugdigen afnemen door behandeling. Dit zou de resultaten kunnen verklaren aangezien behandeling effect heeft op de afname van gedragsproblemen (Verheij et al., 2007; Mufson et al., 2004). Desalniettemin zegt dit niets over de effectiviteit van de specifieke methode en kan niet worden gesteld dat de PMA-methode klachten vermindert. De werkzame factoren van de probleemafname zijn onbekend en kunnen niet zonder meer verklaard worden door de PMA-interventie. Er zijn veel beperkingen aan het huidige onderzoek en er moeten belangrijke kanttekeningen bij worden geplaatst”

“Gezien de vele beperkingen van deze studie is vervolgonderzoek naar de PMA-methode noodzakelijk voordat er harde uitspraken gedaan kunnen worden over een effect van deze interventie. De resultaten uit dit onderzoek suggereren dat de PMA-methode wellicht de klachten in beweging brengt, maar onderzoek met controlegroep met een andere interventie kan hier meer duidelijkheid over bieden. Vervolgonderzoek door middel van een gerandomiseerd experimenteel onderzoek met een controlegroep wordt sterk aanbevolen. Dit onderzoek heeft laten zien dat het te voorbarig is om te kunnen vaststellen of de PMA-methode een middel is om probleemgedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs terug te dringen.”

In twee andere masterthesissen uit 2016 hebben Nienke Gaalman en Resi Beelen gekeken naar het effect van PMA op respectievelijk externaliserend en internaliserend probleemgedrag bij jongeren in het voortgezet onderwijs [49, 50]. Van beide masterthesissen was EduMind de opdrachtgever.

Bij externaliserende gedragsproblemen zijn de emoties niet goed onder controle en worden die naar andere afgereageerd. Typische problemen waartoe dat kan leiden zijn agressie, overactief gedrag, ongehoorzaamheid en conflicten met anderen. Bij internaliserende gedragsproblemen worden de emoties binnengehouden en niet geuit of afgereageerd. Typische problemen waartoe dat kan leiden zijn sociale teruggetrokkenheid, angst, depressie en psychosomatische klachten. In deze studies waren controlegroepen aanwezig, maar die waren geselecteerd uit scholen die geen PMA-behandelingen aanboden. Het aantal deelnemers in de controlegroep was bovendien aanmerkelijk kleiner dan in de interventiegroep (n=20 versus n=92 en n=8 versus n=80). In de studies werd geen afname in externaliserend internaliserend probleemgedrag gevonden.

“Er is geen significante afname in externaliserend probleemgedrag gevonden bij deze doelgroep, op zowel de YSR, CBCL als de TRF.” [49]

Als gekeken wordt naar de gemiddelde scores op voor- en nameting is echter wel een verschil te zien in de verwachte richting. Dit is alleen niet significant.” [49]

Uit de analyses blijkt dat er een significante verbetering te zien is van internaliserende problematiek op basis van de vergelijking tussen de voor- en nameting van de experimentele-groep met de controlegroep. Dit effect verdwijnt echter nadat er statistisch gecontroleerd wordt voor de invloed van storende factoren zoals sekse, leeftijd en niveau.” [50]

Door het inzetten van een controlegroep werd getracht om het zuivere effect van PMA te bepalen en de mogelijke invloed van algemeen werkzame factoren te beperken (Van Yperen, Van der Steege, Addink, & Boendermaker, 2010; Vermande & Bodden, 2012). De verschillende groepen zijn echter niet op basis van toeval gesorteerd, waardoor de interne validiteit beperkt was. Hierdoor kan het onderzoek niet aantonen dat het waargenomen effect daadwerkelijk door de interventie komt (Vermande & Bodden, 2012). Figuur 3 illustreert dat de controle en experimentele groep op basis van ervaren problematiek verschillen van elkaar.” [50]

9.2 De effectiviteit van PMA- coachingstrajecten

Na de bovenstaande masterthesissen zijn er enkele studies gedaan waarin PMA is onderzocht, maar die zijn niet gepubliceerd in peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften [25, 51-54]. De meesten hebben plaatsgevonden bij leerlingen met gedragsproblemen in het voortgezet onderwijs.

Leerlingcoaching volgens PMA voor thuiszitters (SWV voortgezet onderwijs Voorne-Putten Rozenburg) [51].

  • Deelnemers (n=20) waren thuiszitters of zorgwekkende verzuimers.
  • Iedere leerling kreeg 10 uur coaching volgens de PMA-vraagmethodiek, verspreid over 3-6 maanden. Ook aan de ouders zijn gesprekken aangeboden.
  • De coaching werd uitgevoerd door EduMind.
  • Om de effectiviteit te beoordelen hebben leerlingen en ouders de ‘Brief Problem Monitor’-vragenlijst (BPM) met 19 vragen ingevuld over emotionele- en gedragsproblemen.
  • Na afloop had 90% van de thuisblijvers en zorgwekkende verzuimers hun schoolgang weer opgepakt.
  • De leerlingen en ouders gaven aan dat het probleemgedrag met respectievelijk 51 en 53% was afgenomen.

“Op basis van deze resultaten is het zinvol om een vervolgonderzoek te initiëren waarbij er gebruik gemaakt wordt van een controlegroep om meer zicht te krijgen op zowel de exacte factoren die een rol spelen in het coachtraject als hun bijdrage aan het resultaat.” [51]

Opmerkingen

  • • Een controlegroep ontbrak.
    • Het aantal deelnemers was klein.
    • De coaching is uitgevoerd door Edumind. Edumind viel destijds onder PMA-Nederland waar PMA-Insitute onder valt die PMA-opleidingen aanbiedt.
    • De PMA training gaf informatie over hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Dat alleen (aandacht, informatie, verwachtingen) kan al tot verbeteringen leiden wat in principe los staat van de PMA-vraagmethodiek.
    • Er is gebruik gemaakt van subjectieve uitkomstmaten.

Leerlingcoaching volgens PMA voor leerlingen met gedragsproblemen (SWV voortgezet onderwijs Gorinchem en SWV Noordelijke Drechtsteden) [52]

  • Deelnemers (n=58) waren leerlingen (6-18 jaar) met uiteenlopende gedragsproblemen zoals woedeaanvallen, hyperactief gedrag, en psychische problemen als depressiviteit, faalangst, schoolangst en posttraumatische stress.
  • Iedere leerling kreeg coaching (gemiddeld zes keer) volgens de PMA-vraagmethodiek.
  • De coaching werd uitgevoerd door EduMind.
  • Om de effectiviteit te beoordelen hebben leerlingen ouders en leraren vragenlijsten ingevuld. De ‘Youth Self Report’ (YSR) voor 6-18 jarigen, de ‘Teacher Report Form’ (TRF) voor 6-18 jarigen en aangepaste versies voor leraren en ouders, de ‘Child Behavior CheckList’ (CBCL) voor 6-18 jarigen en de ‘Brief Problem Monitor’ (BPM).
  • Na afloop was de afname in problematiek bij zowel de leerlingen als leraren merkbaar.
  • De leerlingen gaven aan beter in hun vel te zitten.

Opmerkingen

  • Een controlegroep ontbrak.
  • De PMA training gaf informatie over hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Dat alleen (aandacht, informatie, verwachtingen) kan al tot verbeteringen leiden wat in principe los staat van de PMA-vraagmethodiek.
  • Er is gebruik gemaakt van subjectieve uitkomstmaten.
  • De CBCL-vragenlijst is maar door de ouders van 5 leerlingen ingevuld.
  • De BPM-Teacher is maar door 9 leraren ingevuld.
  • De studieduur is onduidelijk.

Leerlingcoaching volgens PMA voor leerlingen met gedragsproblemen (SWV PasVOrm Gorinchem) [53]

  • Deelnemers (n=26) waren leerlingen (12-17 jaar) van het voortgezet onderwijs met uiteenlopende gedragsproblemen zoals woedeaanvallen, hyperactief gedrag, psychische problemen als depressiviteit, faalangst, schoolangst en posttraumatische stress en/of een instabiele thuissituatie.
  • De leerlingen kregen coaching volgens de PMA-vraagmethodiek.
  • De coaching werd uitgevoerd door EduMind.
  • Om de effectiviteit te beoordelen is in een evaluatiegesprek gevraagd of de vooraf geformuleerde doelen bereikt zijn en hoe dit in de dagelijkse situatie door de leerling gemerkt en ervaren wordt.
  • Na afloop waren van de 47 geformuleerde doelen er 43 geheel of grotendeels bereikt.

Opmerkingen

  • Een controlegroep ontbrak.
  • De PMA training gaf informatie over hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Dat alleen (aandacht, informatie, verwachtingen) kan al tot verbeteringen leiden wat in principe los staat van de PMA-vraagmethodiek
  • De studieduur is onduidelijk.
  • Er is gebruik gemaakt van subjectieve uitkomstmaten.
  • De leerlingen hebben hun eigen doelen geformuleerd waardoor de kans bestaat dat ze verbeteringen rapporteren terwijl die er niet waren (sociaal wenselijk, niet willen falen).

Leerlingcoaching volgens PMA voor leerlingen met gedragsproblemen (Oost-IJsselmonde/West-Alblasserwaard) [54]

  • Deelnemers waren leerlingen (12-17 jaar) afkomstig uit alle typen van voortgezet onderwijs (n=32). 45% van de leerlingen komt uit het vmbo-bbl en kbl, 23% van de leerlingen komt uit het vmbo-t en 31% van de leerlingen vanuit het havo/vwo.
    e leerlingen hadden uiteenlopende gedragsproblemen als woedeaanvallen, hyperactief gedrag, psychische problemen zoals depressiviteit, faalangst, schoolangst en post traumatische stress en/of een instabiele thuissituatie. Problemen die, zo is de ervaring, vaak leiden tot thuiszitten en voortijdig schoolverlaten.
  • Het doel van de coaching is het wegnemen van de leerbelemmerende factoren opdat de leerlingen beter functioneren in de school en in de klas, waardoor schooluitval of zitten blijven zo veel mogelijk wordt voorkomen.
  • De meest genoemde redenen voor aanmelding zijn angstproblematiek en onzekerheid (20%), aandachtsproblemen(18%) en werkhoudingsproblemen (18%).
  • De coaching werd uitgevoerd door EduMind.
  • Gemiddeld hebben de leerlingen vijf gesprekken van 1 tot 1,5 uur gehad.
  • Om de effecten van de coaching te evalueren zijn twee instrumenten ingezet. Een mondelinge evaluatie na afloop van de coaching waarin met de leerling wordt bekeken of het vooraf bepaalde doel behaald is. En het meten via de genormeerde en gevalideerde Achenbach vragenlijsten, ingevuld door de leerlingen, mentoren en ouders.
  • Van de 32 leerlingen waren er 27 die volgens het eigen oordeel het door hen vooraf gestelde doel hadden behaald (bijvoorbeeld niet meer boos en schreeuwen, meer zelfvertrouwen, minder in paniek raken, betere concentratie, etc). Dat is 84%. Twee leerlingen hadden het doel niet behaald (6%) en drie leerlingen gaven aan het doel “gedeeltelijk” te hadden behaald (9%).

Opmerkingen

  • Het PMA- coachingstraject was voor leerlingen die bereid waren aan het eigen gedrag te willen werken.
    De resultaten van de Achenbach-vragenlijsten ontbreken omdat die onvolledig waren en daardoor niet verwerkt zijn.
  • Een controlegroep ontbrak.
  • De PMA training gaf informatie over hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen [54]:

“Er vindt een uitleg plaats over de PMA-methodiek en de grote invloed die het onderbewuste brein heeft op gedrag en overtuigingen. Afhankelijk van de behoefte van de ouder(s) en leerling wordt hier korter of langer bij stil gedaan. Indien gewenst krijgen ouder(s) en leerling informatie per mail over de achtergronden van de werkwijze.”

Dat alleen (aandacht, informatie, verwachtingen) kan al tot verbeteringen leiden wat in principe los staat van de PMA-vraagmethodiek

  • Er is gebruik gemaakt van subjectieve uitkomstmaten.
  • De leerlingen hebben hun eigen doelen geformuleerd waardoor de kans bestaat dat ze verbeteringen rapporteren terwijl die er niet waren (sociaal wenselijk, niet willen falen).

Leerlingcoaching volgens PMA voor leerlingen met gedragsproblemen (SWV Noordelijke Drechtsteden) [55].

  • Deelnemers waren leerlingen (12-17 jaar) afkomstig uit alle typen van voortgezet onderwijs (n=27). 59% van de leerlingen kwam uit het vmbo-bbl en kbl, 26% van de leerlingen komt uit het vmbo-t/GL en 15% van de leerlingen vanuit het havo/vwo.
  • De leerlingen hadden uiteenlopende gedragsproblemen zoals woedeaanvallen, hyperactief gedrag, psychische problemen als depressiviteit, faalangst, schoolangst en post traumatische stress en/of een instabiele thuissituatie. Problemen die, zo is de ervaring, vaak leiden tot thuiszitten en voortijdig schoolverlaten.
  • Het doel van de coaching is het wegnemen van de leerbelemmerende factoren opdat de leerlingen beter functioneren in de school en in de klas, waardoor schooluitval of zitten blijven zo veel mogelijk wordt voorkomen.
  • De meest genoemde redenen voor aanmelding zijn sociaal-emotionele problematiek (56%) en problemen met de motivatie en werkhouding (28%).
  • De coaching werd uitgevoerd door EduMind.
  • Gemiddeld hebben de leerlingen vijf gesprekken van 1 tot 1,5 uur gehad.
  • Om de effecten van de coaching te evalueren zijn twee instrumenten ingezet. Een mondelinge evaluatie na afloop van de coaching waarin met de leerling wordt bekeken of het vooraf bepaalde doel behaald is. En het meten via de genormeerde en gevalideerde Achenbach vragenlijsten, ingevuld door de leerlingen, mentoren en ouders.
  • Alle 24 leerlingen hadden hun doelen gedeeltelijk, grotendeels of volledig behaald. Het behalen van alle doelen was, gezien het aantal coachgesprekken, bij voorbaat nauwelijks haalbaar. Er werd altijd gewerkt aan dat probleem waarvan de leerling zelf aangaf dat dit de hoogste prioriteit had.
  • Er waren 19 leerlingen die, volgens hun eigen oordeel, hun vooraf gestelde doel volledig hadden behaald. Dat is 79%. De overige 5 leerlingen (21%) hadden hun doelen gedeeltelijk of grotendeels behaald.

Opmerkingen

  • Het PMA- coachingstraject was voor leerlingen die bereid waren aan het eigen gedrag te willen werken.
  • De resultaten van de Achenbach-vragenlijsten ontbreken omdat die onvolledig waren en daardoor niet verwerkt zijn.
  • Een controlegroep ontbrak.
  • De PMA training gaf informatie over hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen [55]:

“Er vindt een uitleg plaats over de PMA-methodiek en de grote invloed die het onderbewuste brein heeft op gedrag en overtuigingen. Afhankelijk van de behoefte van de ouder(s) en leerling wordt hier korter of langer bij stil gedaan. Indien gewenst krijgen ouder(s) en leerling informatie per mail over de achtergronden van de werkwijze.”

Dat alleen (aandacht, informatie, verwachtingen) kan al tot verbeteringen leiden wat in principe los staat van de PMA-vraagmethodiek.

  • Er is gebruik gemaakt van subjectieve uitkomstmaten.
  • De leerlingen hebben hun eigen doelen geformuleerd waardoor de kans bestaat dat ze verbeteringen rapporteren terwijl die er niet waren (sociaal wenselijk, niet willen falen).

Training om agressie en geweld tegen medewerkers te verminderen (SWV Amstelland/de Meerlanden en SWV VO (regio Rotterdam)) [25]

  • Deelnemers waren docenten en onderwijsondersteunend personeel in het voortgezet onderwijs (n=106).
  • In een persoonlijk intakegesprek werd voor elke deelnemer bepaald welk traject geschikt was: een vaardigheidstraining (n=30) of een PMA-training (n=60). De intensievere PMA-training is gegeven aan mensen die relatief veel incidenten meemaakten. Een deel (n=16) kreeg een EQ-test omdat ze twijfelden over deelname of twijfel hadden over de keuze tussen de vaardigheidstraining en PMA-training.
  • Iedere deelnemer aan de PMA-training kreeg vier plenaire bijeenkomsten van 4,5 uur en vier coachingssessies per persoon. De training leert deelnemers hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Ze leren hoe ze met vragen de triggers voor agressie en geweld kunnen opsporen om gedrag van anderen, maar ook van zichzelf, beter te begrijpen.
  • De coaching werd uitgevoerd door EduMind.
  • Om de effectiviteit te beoordelen zijn op drie momenten enquêtes afgenomen bij de deelnemers: bij de intake, na afronding van de training/coaching en vier tot zes maanden later. Naast het verschil tussen voor en na is er ook een vergelijking gemaakt met normale fluctuaties in slachtofferschap. Dat was gebaseerd op grootschalig slachtofferonderzoek onder werknemers in het voortgezet onderwijs.
  • Daardoor zou de studie aan de strenge methodologische eisen voldoen om causale conclusies te mogen trekken.
  • Na afloop werden de deelnemers minder vaak slachtoffer van agressief gedrag. Het percentage slachtoffers daalde met 40%, zowel bij de vaardigheidstraining (73%  38%) als bij de PMA-training(76%  47%).
  • De daling was groter dan je op grond van fluctuaties zou mogen verwachten (tussen -14% en +7%).

Opmerkingen

  • De deelnemers waren niet at random verdeeld.
  • De coaching is uitgevoerd door Edumind. Edumind viel onder PMA-Nederland waar PMA-Insitute onder valt die PMA-opleidingen aanbiedt.
  • De controlegroep was niet vergelijkbaar met de PMA-groep en was eigenlijk geen controlegroep. De controlegroep hoort uit dezelfde pool uit komt. Dat was niet zo. Er is een vergelijking gemaakt met het percentages slachtoffers van agressie en geweld tegen werknemers in het voortgezet onderwijs, gemeten 2007 t/m 2013. De samenstelling van de deelnemers, en daarmee de eigenschappen, zal ieder jaar anders zijn. Met een dergelijke ‘controlegroep’ kan geen causale conclusie worden getrokken.
  • De deelnemers aan deze studie waren niet ‘gemiddeld’. Vaak hadden ze echt problemen waardoor het effect groter kan zijn dan bij een gemiddelde populatie die incidenten meemaakt (de controlegroep). Causale conclusies kunnen dan ook niet getrokken worden.
  • De PMA training gaf informatie over hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Dat alleen (aandacht, informatie, verwachtingen) kan al tot verbeteringen leiden wat in principe los staat van de PMA-vraagmethodiek.
  • Er was geen verschil in effectiviteit tussen de deelnemers die PMA kregen en deelnemers die de vaardigheidstraining kregen. Dat betekent dat in twijfel kan worden getrokken of bad-clusters en het neutraliseren ervan een rol heeft gespeeld.

Analyse van ‘Brief Symptom Inventory’ (BSI)-Lijsten [56]

  • De deelnemers (n=18) waren volwassen cliënten van EduMind, aan aanbieder destijds van trainingen (aan onderwijspersoneel) en PMA-coaching (aan leerlingen) om leerbelemmerende factoren bij de leerling weg te nemen.
  • De deelnemers vulde de BSI-vragenlijst in die laat zien in welke mate de cliënt last had van psychische en/of lichamelijke symptomen. De BSI bestaat uit 53 verschillende vragen die zijn onderverdeeld in 9 verschillende subschalen:
    • Somatische klachten
    • Cognitieve problemen
    • Interpersoonlijke gevoeligheid
    • Depressieve stemming
    • Angst
    • Hostiliteit
    • Fobische angst
    • Paranoïde gedachten
    • Psychoticisme
  • Buiten de totaalscore op de BSI is er ook naar de volgende uitkomstmaten gekeken:
  • Global Severity Index’ (GSI): Dit is het totaal van de 9 subschalen gedeeld door het aantal ingevulde vragen. De GSI wordt gezien als de meest betrouwbare maat voor de ernst van de klachten.
  • Positive Symptom Total’ (PST): De PST is het totaal aantal klachten waar geen 0 op is ingevuld. Het een maat voor de hoeveelheid klachten die ervaren wordt.
  • Positive Symptom Distress Index’ (PSDI): De PSDI is de som van het aantal ingevulde vragen waar geen 0 op is ingevuld, gedeeld door de PST. Het is een maat voor het gemiddelde niveau van de klachten dat iemand heeft.
  • Na afloop hadden alle cliënten samen hadden samen een gemiddelde score van 72,89 op de voormeting en een gemiddelde score van 32,83 op de nameting, wat een totale afname van 55% op de BSI betekent.
  • Er was een afname in de klachten op elke subschaal van de BSI.
  • De gemiddelde GSI op de voormeting was 1,37 en de gemiddelde GSI op de nameting was 0,62, een afname van 55%.
  • De gemiddelde PST op de voormeting was 34,10 terwijl de gemiddelde PST op de nameting 22,44 was, een afname van 32,4%
  • De gemiddelde PSDI op de voormeting was 2,06 en de gemiddelde PSDI op nameting was 1,32, een daling van ongeveer 36%.

Opmerkingen

  • Een controlegroep ontbrak.
  • De PMA training gaf informatie over hoe de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Dat alleen (aandacht, informatie, verwachtingen) kan al tot verbeteringen leiden wat in principe los staat van de PMA-vraagmethodiek.
  • Een klein aantal deelnemers.
  • Er is gebruik gemaakt van subjectieve uitkomstmaten.

9.3 Samenvatting en conclusie

Het is positief dat er in ieder geval onderzoek naar PMA is gedaan. De studies kennen echter serieuze beperkingen waardoor de resultaten met grote terughoudendheid geïnterpreteerd zouden moeten worden. Er is behoefte aan beter onderzoek om iets te kunnen zeggen over de effectiviteit en meerwaarde van PMA. Hieronder volgt een toelichting.

Er ontbreekt telkens een (goede) controlegroep, terwijl dat in de masterthesis van Derks en Sánchez-Ramos sterk werd aanbevolen [48]. Het ontbreken van een controlegroep is een serieuze tekortkoming. En als er een controlegroep werd meegenomen was die niet vergelijkbaar met de PMA-groep (afkomstig uit een andere populatie). Daarnaast kan alleen al het meedoen aan een studie, het krijgen van aandacht, kunnen praten, het zich gehoord voelen en het krijgen van (sturende) informatie tot gedragsverandering en daarmee verbeteringen leiden.

Door het ontbreken van een controlegroep kan het placebo-effect niet uitgesloten worden. Het is zelfs waarschijnlijk dat er sprake is geweest van een placebo-effect omdat de deelnemers aandacht, informatie en positieve verwachtingen kregen. Er werden immers niet alleen vragen gesteld om bad-clusters op te sporen, er werd ook uitgelegd hoe volgens PMA de hersenen werken en waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. PMA geeft ook niet voor niets aan dat “gedachten en overtuigingen een grote kunnen hebben op de gezondheid.” Wanneer je alleen de nameting met de voormeting vergelijkt is een placebo-effect niet uit te sluiten, zeker niet bij subjectieve uitkomsten zoals ingevulde vragenlijsten. Studies laten bijvoorbeeld zien dat een placebo-behandeling een gunstig effect heeft op onder andere angststoornissen en depressie [57-59]. Beide zijn gezondheidsproblemen waar PMA voor zou kunnen worden ingezet.

Een voorbeeld daarvan zijn studies waarin monotherapie voor ernstige depressie is vergeleken met placebo [59]. Voor de effectiviteit is gekeken naar de ‘Hamilton Rating Scale for Depression’ (HRSD-17). De HRSD-17 bestaat uit 17 items die de mate van depressie voor, gedurende en na de behandeling meten. De onderwerpen van de items hebben betrekking op onder andere depressieve stemming, schuldgevoelens, zelfdoding, slapeloosheid, werk en activiteiten, vertraging, onrust, psychische angst, lichamelijke angst, gastro-intestinale klachten, hypochondrie, gewichtsverlies en aandacht. De totaalscore loopt van 0-52. De ernst van de depressie neemt toe naarmate de totaalscore hoger is. Medicijnen waren weliswaar effectiever dan placebo, maar beide lieten significante verbeteringen zien vergeleken met baseline. Medicijnen lieten een daling zien van 9,79 punten en placebo van 8,02 punten. Wanneer PMA een verbetering van 8 punten zou laten zien is dat volledig toe te schrijven aan het placebo-effect.

Dat zijn redenen waarom in goed onderzoek gebruik wordt gemaakt van een vergelijkbare controle- of placebogroep. Niet zelden treden namelijk ook in de controle- of placebogroep verbeteringen op. Het is daarom belangrijk om de resultaten daarmee te vergelijken en niet alleen met de voormeting (baseline). Naast een groep die PMA krijgt kan er dan bijvoorbeeld een groep zijn die ook informatie krijgt over de werking van de hersenen, maar waarbij een andere vraagmethodiek wordt gebruikt waar niet wordt toegewerkt naar het achterhalen en het neutraliseren van bad-clusters. Om ethische redenen kan besloten worden om de controlegroep achteraf ook PMA aan te bieden.

Verder moet niet vergeten worden dat ook het geven van sociaal wenselijke antwoorden een rol kan hebben gespeeld.

Opgemerkt moet ook worden dat resultaten niet in peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften zijn gepubliceerd, maar in rapportages geschreven door Inge Hummer en/of Folkert van Oorschot die destijds (april 2017-juli 2019) voor EduMind werkte en verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de wetenschappelijke verantwoording van dat bedrijf [60]. Die rapportages hebben niet de opzet en bevatten niet de informatie van een wetenschappelijke publicatie. Vaak zijn ze erg summier.

Verder wordt er aangenomen dat de verbeteringen die in de trajecten zijn opgetreden aan PMA zijn toe te schrijven. Er is niet gekeken naar andere factoren (veranderingen) die mogelijk invloed op de uitkomst hebben gehad zoals een veranderende thuissituatie en andere vorm van hulp.

PMA coachingstrajecten in het onderwijs
Niet onbelangrijk om te beseffen is dat [4]:

“Kortom, PMA is geen medische behandeling, maar een geavanceerde vraagtechniek zonder interpretaties, adviezen of medische/therapeutische acties van de PMA coach. Er wordt geen informatie aangeleverd door de PMA coach, maar alleen informatie die cliënt verteld wordt gebruikt. De conclusies komen alleen van de cliënt zelf, en niet van de PMA coach.”

Bij de PMA- coachingstrajecten met leerlingen (en docenten) uit het voortgezet onderwijs wordt daar in meer of mindere mate vanaf geweken. In iedere geval kregen leerlingen naast de PMA-vraagmethodiek ook te maken met andere vormen van gespreksvoering die gericht waren op gedragsverandering, het aanleren van nieuwe vaardigheden en/of het ophalen van verdrongen herinneringen (wat geen bad-clusters zijn).

Tijdens het intake-gesprek wordt er bijvoorbeeld al informatie gegeven over de oorzaak van de klachten (bad-clusters) en hoe die verholpen zouden kunnen worden. Daarmee worden de leerlingen en ouders een bepaalde richting in geduwd en zullen bij zowel de leerlingen als de ouders positieve verwachtingen over het PMA-coachingstraject ontstaan. Een ander voorbeeld is dat de doelen van de leerlingen samen met de PMA-coach zijn opgesteld. Er wordt ook een voorbeeld gegeven van een leerling (thuisblijver) die een pestverleden bleek te hebben gehad waar toen samen met de PMA-coach naar gekeken is. En er wordt aangegeven dat wanneer een leerling door gesprekken weet wat de oorzaak is van zijn/haar ongewenste gedrag of het vervelend gevoel er de mogelijkheid is om daar anders op te reageren [61]. PMA-coaching is ook alleen geschikt voor kinderen die bereid zijn om aan hun eigen gedrag te werken. Het blijft ook onduidelijk wat er tijdens de PMA-coachingssessies allemaal wel en niet besproken is. En ook is onduidelijk wat de leerlingen thuis met hun ouders erover hebben besproken.

De intake werd uitgelegd dat de PMA-coaching voor leerlingen is die bereid zijn te werken aan hun eigen gedrag of de dingen waar ze tegenaan lopen.” [55]

Daarnaast krijgen de deelnemers (docenten) individuele coaching met als doel triggers bij zichzelf te leren herkennen en te veranderen.” [25]

Bij jongeren is het vaak niet nodig om bij de bad cluster te komen om een gedragsverandering te bewerkstelligen. Iedere situatie die je op deze manier ‘herbeleeft’ zorgt al voor een effect op het gedrag van de leerling.” [61]

De vraagmethodiek die wordt gebruikt haalt herinneringen naar boven van gebeurtenissen die spannend voor hen geweest zijn. Vaak zijn deze gebeurtenissen voor een deel verdrongen. Bijvoorbeeld situaties waarin de leerling is gepest. Het zijn juist deze weggestopte herinneringen die leerlingen belemmeren en het gedrag negatief bepalen. Door ernaar te vragen, worden de leerlingen hiervan bewust gemaakt. De hieruit voorkomende interventiemethodiek zorgt er voor dat onbewuste (traumatische) herinneringen die mogelijk ten grondslag liggen aan gedragsproblemen, bewust worden gemaakt en geïntegreerd in het brein worden opgeslagen. Deze geïntegreerde opslag leidt tot een directe en positieve verandering in het gedrag en gevoel van de jongere.” [55]

Tijdens de PMA- coachingstrajecten in het onderwijs was het dan ook niet (alleen) een kwestie van het opsporen en neutraliseren van bad-clusters wat ‘automatisch’ tot gedragsverandering zou leiden (het principe van PMA). De coaching was breder en voldeed niet aan waar het PMA-proces aan zou moeten voldoen.

  1. Jacobkorthuis.com/nl/ Geraadpleegd: 23 maart 2023
  2. PMAinstitute.nl/breinmodel/ Geraadpleegd: 23 maart 2023
  3. PMA Webinar, ga voor het ultieme. Joop Korthuis. PMA Worldwide, 3 april 2014. https://www.youtube.com/watch?v=yO3Dgp9dlsk Geraadpleegd: 23 maart 2023
  4. van Oorschot F. Theoretische achtergrond. PMA-Institute, 8 februari 2018.
  5. PMA Doorbraakwebinar – Bobby Ambaum, Harold Vreeman. PMA-Institute, dinsdag 19 juli 2022.
  6. Battle of the Brains Event – Houten, 11 Juni 2012 – Joop Korthuis, Dick Swaab. Deel 2 Joop Korthuis. Youtube.com/watch?v=KkL3g-zFRXI Geraadpleegd: 23 maart 2023
  7. PMAinstitute.nl/webinar Geraadpleegd: 23 maart 2023 (gebroken link)
  8. Aanbod.pmainstitute.nl/checkout/starterspakket Geraadpleegd: 23 maart 2023
  9. PMAinstitute.mykajabi.com/de-pma-impact-training Geraadpleegd: 23 maart 2023 (gebroken link)
  10. PMAainstitute.mykajabi.com/pma-gesprekken-training-prof Geraadpleegd: 23 maart 2023 (gebroken link)
  11. Aanbod.pmainstitute.nl/checkout/de-pma-gesprekken-training-persoonlijke-ontwikkeling Geraadpleegd: 23 maart 2023
  12. PMAinstitute.nl/pmalicentiehouders/ Geraadpleegd: 23 maart 2023
  13. Backus V. Interview met Joop Korthuis. Kinesiologie, nr. 4, december 2007, 9e jaargang.
  14. PMA4edu.nl/nl/wat-maakt-pma-anders Geraadpleegd: 23 maart 2023 (gebroken link)
  15. Jiang S, Postovit L, Cattaneo A, Binder EB, Aitchison KJ. Epigenetic Modifications in Stress Response Genes Associated With Childhood Trauma. Front Psychiatry. 2019 Nov 8;10:808.
  16. Deeks SG, Overbaugh J, Phillips A, Buchbinder S. HIV infection. Nat Rev Dis Primers. 2015 Oct 1;1:15035.
  17. PMAinstitute.nl/algemene-voorwaarden/ Geraadpleegd: 23 maart 2023
  18. Omstreden herinneringen. Den Haag: Gezondheidsraad, 2004; publicatie nr 2004/02.
  19. Otgaar H, Horselenberg R. Rassin E, Wessel I, Jelicic M, Vredeveldt A., van Koppen P. (2021). Verdrongen en valse herinneringen: De wetenschap erachter. De Psycholoog, 56(11), 10-20.
  20. McKinnon MC, Palombo DJ, Nazarov A, Kumar N, Khuu W, Levine B. Threat of death and autobiographical memory: a study of passengers from Flight AT236. Clin Psychol Sci. 2015 Jun 1;3(4):487-502.
  21. Goldfarb D, Goodman GS, Larson RP, Eisen ML, Qin J. Long-Term Memory in Adults Exposed to Childhood Violence: Remembering Genital Contact Nearly 20 Years Later. Clinical Psychological Science. 2019;7(2):381-396.
  22. Wagenaar WA, Groeneweg J. The memory of concentration camp survivors. Applied Cognitive Psychology. 1990;4(2), 77-87.
  23. van Oorschot F. Het verschil tussen EMDR, CGT en PMA. PMA Institute. 19 maart 2018.
  24. van Oorschot F. Het verschil tussen NLP en PMA. PMA Institute. 8 maart 2018.
  25. Flight S. Steviger in je schoenen. Evaluatie van het traject Vaardig in Veilig ter voorkoming van agressie en geweld tegen personeel in het voortgezet onderwijs. 2 juli 2015.
  26. Yunitri N, Kao CC, Chu H, Voss J, Chiu HL, Liu D, Shen SH, Chang PC, Kang XL, Chou KR. The effectiveness of eye movement desensitization and reprocessing toward anxiety disorder: A meta-analysis of randomized controlled trials. J Psychiatr Res. 2020 Apr;123:102-113.
  27. Yan S, Shan Y, Zhong S, Miao H, Luo Y, Ran H, Jia Y. The Effectiveness of Eye Movement Desensitization and Reprocessing Toward Adults With Major Depressive Disorder: A Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials. Front Psychiatry. 2021 Aug 6;12:700458.
  28. Dominguez SK, Matthijssen SJMA, Lee CW. Trauma-focused treatments for depression. A systematic review and meta-analysis. PLoS One. 2021 Jul 22;16(7):e0254778.
  29. John-Baptiste Bastien R, Jongsma HE, Kabadayi M, Billings J. The effectiveness of psychological interventions for post-traumatic stress disorder in children, adolescents and young adults: a systematic review and meta-analysis. Psychol Med. 2020 Jul;50(10):1598-1612.
  30. Mavranezouli I, Megnin-Viggars O, Daly C, Dias S, Welton NJ, Stockton S, Bhutani G, Grey N, Leach J, Greenberg N, Katona C, El-Leithy S, Pilling S. Psychological treatments for post-traumatic stress disorder in adults: a network meta-analysis. Psychol Med. 2020 Mar;50(4):542-555.
  31. Cuijpers P, Veen SCV, Sijbrandij M, Yoder W, Cristea IA. Eye movement desensitization and reprocessing for mental health problems: a systematic review and meta-analysis. Cogn Behav Ther. 2020 May;49(3):165-180.
  32. Otgaar H, Howe ML, Patihis L. What science tells us about false and repressed memories. Memory. 2022 Jan;30(1):16-21.
  33. Geraerts E, Schooler JW, Merckelbach H, Jelicic M, Hauer BJ, Ambadar Z. The reality of recovered memories: corroborating continuous and discontinuous memories of childhood sexual abuse. Psychol Sci. 2007 Jul;18(7):564-8.
  34. Scoboria A, Wade KA, Lindsay DS, Azad T, Strange D, Ost J, Hyman IE. A mega-analysis of memory reports from eight peer-reviewed false memory implantation studies. Memory. 2017 Feb;25(2):146-163.
  35. Loftus EF. Make-believe memories. Am Psychol. 2003 Nov;58(11):867-873.
  36. Muschalla B, Schönborn F. Induction of false beliefs and false memories in laboratory studies-A systematic review. Clin Psychol Psychother. 2021 Sep;28(5):1194-1209.
  37. Roediger HL, McDermott KB. Creating false memories; Remembering words not presented in lists. J. Exp. Ps. Learning, Memory and Cognition, 1995;21, 803-814.
  38. Deese J. On the prediction of occurrence of particular verbal intrusions in immediate recall. J Exp Psychol. 1959 Jul;58(1):17-22.
  39. Baioui A, Ambach W, Walter B, Vaitl D. Psychophysiology of false memories in a Deese-Roediger-McDermott paradigm with visual scenes. PLoS One. 2012;7(1):e30416.
  40. Schacter DL, Addis DR, Hassabis D, Martin VC, Spreng RN, Szpunar KK. The future of memory: remembering, imagining, and the brain. Neuron. 2012 Nov 21;76(4):677-94.
  41. Loftus EF, Palmer JC. Reconstruction of automobile destruction: An example of the interaction between language and memory. Journal of Verbal Learning & Verbal Behavior, 1974;13(5), 585–589.
  42. Klein SB. The temporal orientation of memory: It’s time for a change of direction. Journal of Applied Research in Memory and Cognition, 2013;2(4), 222–234.
  43. Laney C, Loftus EF. 2.6 False memory. In book: Cambridge handbook of forensic psychology (pp.187-194) Publisher: Cambridge University Press, 2010.
  44. PMAminded.nl/hsk-introductie Geraadpleegd: 23 maart 2023 (gebroken link)
  45. Audrey de Jong. Innerlijke Macht. Tijdschrift voor Coaching – Visieblad voor professioneel begeleiden, 5e jaargang, nummer 2, juni 2008.
  46. Schwabe L, Hermans EJ, Joëls M, Roozendaal B. Mechanisms of memory under stress. Neuron. 2022 May 4;110(9):1450-1467.
  47. PMA4edu.nl/nl/pma-in-het-nieuws Geraadpleegd: 23 maart 2023 (gebroken link)
  48. Derks K, Sánchez-Ramos MJ. De Progressive Mental Alignment-methode: een nieuw middel om probleemgedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs terug te dringen? Masterthesis Universiteit Utrecht, Masteropleiding Pedagogische wetenschappen Masterprogramma Orthopedagogiek. 05-07-2014.
  49. Gaalman N. PMA en externaliserend gedrag. Masterthesis Universiteit Utrecht, Masteropleiding Orthopedagogiek. 03-06-2016.
  50. Beelen R. Het Effect van PMA op Internaliserende Problematiek voor Jongeren in het Voortgezet Onderwijs. Masterthesis Universiteit Utrecht, Masteropleiding Orthopedagogiek. 03-06-2016
  51. van Oorschot F, Derks K. Eindrapportage ‘Pilot thuiszitters samenwerkingsverband VOVPR. 21 mei 2018.
  52. Van Oorschot F. Eindrapportage Project ‘preventie schooluitval leerlingen’ bij SWV Gorinchem & SWV-ND. 5 september 2018.
  53. Hummel IJT. PMA-coaching voor leerlingen in SWV PasVOrm verslag resultaten schooljaar 2018/2019. 10 juli 2019.
  54. Hummel IJT. SWV West-IJsselmonde/Oost-Alblasserwaard rapportage leerlingcoaching september 2014. EduMind, 7 september 2014.
  55. Hummel IJT. SWV Noordelijke Drechtsteden rapportage leerlingcoaching augustus 2015. EduMind, augustus 2015.
  56. van Oorschot F, Hummel IJT. PMA Nederland – EduMind Analyse BSI-Lijsten. 5 januari 2019.
  57. Fernández-López R, Riquelme-Gallego B, Bueno-Cavanillas A, Khan KS. Influence of placebo effect in mental disorders research: A systematic review and meta-analysis. Eur J Clin Invest. 2022 Jul;52(7):e13762.
  58. Jones BDM, Razza LB, Weissman CR, Karbi J, Vine T, Mulsant LS, Brunoni AR, Husain MI, Mulsant BH, Blumberger DM, Daskalakis ZJ. Magnitude of the Placebo Response Across Treatment Modalities Used for Treatment-Resistant Depression in Adults: A Systematic Review and Meta-analysis. JAMA Netw Open. 2021 Sep 1;4(9):e2125531.
  59. Stone MB, Yaseen ZS, Miller BJ, Richardville K, Kalaria SN, Kirsch I et al. Response to acute monotherapy for major depressive disorder in randomized, placebo controlled trials submitted to the US Food and Drug Administration: individual participant data analysis BMJ 2022; 378 :e067606.
  60. Linkedin.com/in/folkertvanoorschot/details/experience/ Geraadpleegd: 23 maart 2023
  61. Hummel IJT (EduMind). De invloed van het onderbewuste: Coaching van leerlingen via de PMA methodiek. LBBO, Beter Begeleiden Digitaal, september 2012.